Vladimir Vojnovitsj: het huis dat hij niet mocht hebben

Indipendenza geeft om de maand aandacht aan bijzondere literatuur die in het Nederlandse taalgebied is uitgegeven. Deze keer: Iwankiade van Vladimir Vojnovitsj (Uitgeverij Meulenhoff, 1979).

1569 woorden / 8 minuten leestijd / Thema’s: literatuur, woning, Sovjet-Unie, satire, Vojnovitsj

Wie was Vladimir Vojnovitsj?

Vladimir Vojnovitsj werd in 1032 in Doesjanbe (Tadzjikistan) geboren. Hij begon in de jaren zestig boeken te publiceren en werd met zijn eerste boek in 1961 (We leven hier) meteen gezien als een groot talent.

Na wat meer traditionelere romans rees zijn ster als een komeet door de publicatie in 1969 van het eerste deel van De merkwaardige lotgevallen van soldaat Tsjonkin. Een ontzettend grappig en satirisch verhaal over de niet al te snuggere soldaat Tsjonkin, die in het dorpje Rode moet letten op een vliegtuig. Niemand die zich meldt, hij gaat samenwonen met een boerin. Geklets gaat zijn eigen leven leiden en mensen op hoog niveau gaan bezig met uitzoeken wie deze Tsjonkin is en of hij een gevaar is voor de maatschappij.

Het boek heeft veel overeenkomsten met De brave soldaat Svejk, het Tsjechische boek van Jaroslav Hasek, dat al in de jaren twintig was uitgegeven. Tsjonkin werd verfilmd in (toen nog) Tsjechoslowakije door Jiri Menzel.

Dat boek (geschreven 1963-1970) is een van mijn favoriete grappige romans aller tijden. Maar het verscheen in de Sovjet-Unie en riep hierdoor, weinig verrassend, ook heftige reacties op van de overheid. Er kwam ook een tweede deel, dat alleen als ‘samizdat’ in Parijs kon worden uitgegeven.

In deze periode zocht hij naar een tweekamerappartement binnen de schrijversbond, die over de woningen voor schrijvers in Moskou ging. Dat leek een formaliteit… het zou anders lopen. De volgende twee jaar had hij bijna geen tijd voor schrijven.

Portret van Vladimir Vojnovitsj door Gotfryd, Bernard, via Wikimedia Commons

Vojnovitsj is denk ik net als Sergej Dovlatov een onderschatte schrijver in Nederland. Hij heeft een prachtig oeuvre, vol interessante, geestige, gevarieerde en goed geschreven boeken, in Nederland uitgegeven door Meulenhoff. Je kunt hem misschien vergelijken met iemand als Kurt Vonnegut want hij maakte ook literaire sciencefiction, zoals de Anti-Sovjet Sovjet-Unie, Moskou 2042. Maar af en toe ook iets redelijk realistisch als Iwankiade. Ik heb ze allemaal in de kast staan.

Door zijn openhartige persoonlijkheid botste hij vaak met belangrijke personen. Vandaar dat hij 1974 uit de Schrijversbond werd gezet en pas in 1980 verhuisde naar München en kreeg hij zijn vrijheid weer terug. In 1990 mocht hij terug naar Rusland. Hij begon later in zijn leven ook te schilderen omdat schrijven hem naar eigen zeggen verveelde.

Hij overleed in 2018. Er valt veel meer over Vojnovitsj te vertellen – hij is een soort ui want je ontdekt steeds weer nieuwe dingen – maar dat mag de lezer zelf doen!

Waar gaat Iwankiade over?

Tijdens een besluit van een algemene vergadering van de schrijversbond in 1973 krijgt Vojnovitsj na jaren wachten eindelijk een tweekamerwoning aangeboden. Omdat hij die hoffelijk afstaat, krijgt hij de belofte dat de volgende vrije woning voor hem is, woning 66. Dan beslist de woonbonddirectie dat ene Iwanko die woning krijgt om zijn huidige woning uit te breiden naar een vierkamerwoning.

Het duurt even voor Vojnovitsj begrijpt wat er gebeurt. Iwanko – zelf ambtenaar – beheerst de bureaucratische spelletjes van de Sovjet-Unie maar al te goed. Hij heeft bekenden op belangrijke posten en is zelf een belangrijk persoon in dat systeem. Terwijl Vojnovitsj een eenling is die veel discussie oproept met zijn satirische romans.

Al snel blijkt ook waarom hij dat huis wil: Iwanko heeft allerlei uit Amerika geïmporteerde spullen, zoals een geweldige closetpot, en kan die niet verhuizen naar een ander huis. Hij wil dus iets dichtbij toevoegen en dat is de woning die dus aan Vojnovitsj was beloofd. Ook al moet hij daarvoor een brandmuur slopen. ‘Die vergunningen worden wel goedgekeurd.’

Letterlijk álles wordt door Iwanko uit de kast gehaald. Hij laat voortdurend bestuursleden als Toerganov pushen woning 66 aan hem te geven. Er is een oud vrouwtje dat Vojnovitsj opbelt en zegt dat hij geduld moet hebben ‘omdat ze toch binnenkort sterft’. Ze bieden zelfs een woning aan van buren die niet willen verhuizen. ‘Dat huis is een geestesschim.’ ‘Dat is niet uw probleem.’ Vrienden steunen hem maar zijn ook voorzichtig want je weet maar nooit hoe het uitpakt.

Uiteindelijk krijgt hij gelijk van de woonbond. Natuurlijk is het dan nog niet gedaan:

U lezer neemt aan dat dit het einde is. Maar u ziet ook dat het boek nog niet afgelopen is.

In de rest van het boek benadert Iwanko contacten die nóg hoger zijn in de Sovjet-boom, zoals burgemeester Promyslov, om Vojnovitsj maar uit woning 66 te krijgen. Promyslov stuurt zijn ondergeschikten een bevel met de tekst: ‘Verzoeke te behandelen en te helpen’. Zodat Vojnovitsj op zeker moment zuchtend concludeert:

De situatie lijkt inderdaad uitzichtsloos. Men kan geen nee zeggen tegen Wojnowitsj, men kan Iwanko niet tevreden stellen en men kan het bevel van Promyslov niet naast zich neerleggen.

Wat is er zo bijzonder aan Iwankiade?

Iwankiade is geen doorsnee of serieus verslag van een gebeurtenis maar iets wat ook evengoed een toneelstuk had kunnen zijn, waarbij de spot gericht is op inhalige figuren als Iwanko. Vojnovitsj heeft veel talent voor het komisch schetsen van karakters, het zit in zijn aard, hij kon eigenlijk niet niet-ironisch schrijven.

Vojnovitsj antwoordt na al het drama rondom het huis met literatuur: dit boek. Het is een soort mix tussen autobiografische notities en een roman. Iwanko is nu met zijn hebberigheid vereeuwigd in dit spottende verhaal van hemzelf:

Mijn geachte concurrent steekt zijn handje op. Hij steekt het op een nogal vreemde manier op – alle vingers zijn gebogen op een na, die als een misprijzend-futloos haakje in de lucht hangt.

‘Gaat uw gang!’ De voorzitter straalt een en al welwillendheid uit jegens onze geachte Sergeij Sergejewitsj.

Elders stelt Vojnovitsj een scène in het huishouden van de Iwanko’s voor, als diens vrouw zegt na een fraai breinspinsel van Iwanko:

‘Het is ontzettend,’ zegt ze, ‘dat je geen plaats hebt om te werken. Ik wacht met ongeduld op de dag dat wij een vierde kamer krijgen, om daar voor jou een werkkamer aan te kleden.’

‘Nee,’ wierp hij tegen, ‘voorlopig kan er van een werkkamer geen sprake zijn. Ik wil dat jij in deze kamer je boudoir krijgt.’ Hij raakte er verlegen van en grinnikte schuchter bij het uitspreken van dit on-Russische woord.

Vojnovitsj gebruikt nergens keiharde humor, die we in Nederland vaak gewend zijn. Hij ontleedt altijd met humor de zwakheden van mensen. Zoals bij een bezoek aan de flatbeheerder als hij reparatiewerkzaamheden wil bespreken:

De ex-kolonel draalt, hij weet niet wat hij moet doen. De alledaagse beslommeringen in vredestijd zijn soms moeilijker dan hevige gevechten. Hij pakt een formulier uit het laatje, legt het op het bureau, vervolgens weer in het laatje, vervolgens weer op het bureau, draait het nummer van Toerganov, geen gehoor.

Of dit portret van ene Bogomolov in Vojnovitsj’ fantasie:

Ik stel mij hem mij aldus voor. Hij zit achter een groot bureau resoluties te noteren op de paperassen die hem voorgelegd worden. ‘Af-ge-we-zen!!!’ U wilt iets kleiners voor iets groters ruilen. Af-ge-we-zen!!! U wilt iets groters voor iets kleiners ruilen. Af-ge-we-zen!!! U wilt lid van een coöperatie worden, een garage bouwen, een boom op een binnenplaats planten. Af-ge-we-zen!!! Af-ge-we-zen!!! Af-ge-we-zen!!!

Aardig is dat het boek column-achtig oogt, wat best modern is, met dialogen die best zouden passen in zijn eigen romans. zoals de dialoog met de ex-kolonel die in discussies telkens herhaalt:

“Je moet me goed begrijpen, Wladimir. Ik ben kolonel.”

Verder hou ik ervan dat Vojnovitsj’ tegendraadse karakter zo sterk aanwezig is. Het is zelfs de rode draad van het boek. Weinig mensen steunden Vojnovitsj ook echt. Neem deze passage over hoe zijn boek, Iwan Tsjonkin, werd ontvangen:

Nee, ik heb niet de pretentie dat min produkt bij iedereen even goed heeft aangeslagen. Ik heb het bij eerdere gelegenheden aan diverse personen laten zien. Bij sommigen sloeg het meer aan dan bij anderen, bij sommigen sloeg het zeer goed aan, terwijl bij anderen (het is mogelijk dat ze uit beleefdheid nalieten dat te zeggen) er misschien wel helemaal niets aan vonden. Doch hier in de burelen van de Bond was er niemand die er ook maar iets aan vond. Geen enkele scène en geen enkele regel sloeg bij hen aan.

Een minpunt is dat hoewel Iwankiade redelijk bondig is, het hier en daar toch wat te gedetailleerd is verteld. Dat is omdat Vojnovitsj van de feiten een komische roman wilde maken. Zijn goed ontwikkelde gevoel voor personages maakt het boek toch wat mij betreft legendarisch als portret van bureaucratie en machtsmisbruik. Er zijn zelfs nog wat kwinkslagen naar Nixons optreden tijdens Watergate.

Een ander minpunt is het dat de humoristische stijl soms gedateerd overkomt, maar ik vermoed dat dat in de vertaling zit:

“Toe, kwel me niet, maakt dadelijk een eind aan mijn lijden.”

Uiteindelijk is dit het bekende adagio: de werkelijkheid is vaak nog veel vreemder dan fictie. Dat beseft hij zelf ook als hij een verhaal van Poesjkin aan het lezen is, waarin een karakter genaamd Sjabasjkin hem aan zijn eigen situatie doet denken:

Voor mij geldt eveneens dat ik ten zeerste weinig verstand van zaken heb en ten tweede opvliegend en bij wijlen onbezonnen ben. En dat terwijl ik tegenover mij niet één Sjabasjkin, maar een hele bende Sjabasjkins heb.

Meer lezen/luisteren/kijken?