Longreads over cultuur - elke maand een nieuwe longread
Richard Brautigan: een aangeboren mafheid

Richard Brautigan: een aangeboren mafheid

Indipendenza geeft om de maand aandacht aan bijzondere literatuur die in het Nederlandse taalgebied is uitgegeven. Deze keer: Het Monster in de Kelder van Richard Brautigan (Agathon, 1977).

1 oktober 2022 / 1610 woorden / 12,4 minuten leestijd / thema’s: literatuur, jaren zestig, hippietijdperk

Richard Brautigans naam komt vaak bovendrijven als je zoekt op eigengereide, afwijkende Amerikaanse schrijvers uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. Eerder bespraken we al James Purdy in dezelfde categorie. Met Brautigans gevoel voor het absurde, duistere en surrealistische betekent dat we er als Indipendenza ook niet omheen kunnen.

Wie was Richard Brautigan en wat voor leven leidde hij?

Richard Brautigans jeugd was, zegt de Britannica stellig, ‘ongelukkig’. Hij groeide op in het noordwesten van de VS, zijn ouders scheidden nog voor zijn geboorte, ze moesten vaak verhuizen, er was veel armoede. Nog niet genoeg drama? Hij kreeg een diagnose als schizofreen en zoals het in die tijd nog ging, kreeg hij elektrotherapie als behandeling.

Het ging beter toen hij zich vestigde in San Francisco en bevriend raakte met schrijvers. Hij begon met het schrijven van gedichten, wat altijd een goede leerschool blijkt voor schrijvers, om zo mooie en krachtige zinnen te leren schrijven, in plaats van boekvulling in veel romans. Zijn talent zorgde ervoor dat hij in de literaire ‘avantgarde’ van San Francisco serieus werd genomen. 

Hij werd nooit echt een gelukkig persoon. Hij trouwde weliswaar in de jaren zestig met Virginia Donna Adler en ze kregen ook een dochter. Toch bleef hij last hebben van depressies. Zijn alcoholgebruik als gevolg van de depressies zorgde ervoor dat de relatie niet kon standhouden. 

Later hertrouwde hij met Akiko Yoshimura, een Japanse vrouw die hij in Tokio had ontmoet. Na hun scheiding in 1980 had hij wat korte relaties. Hij leefde alleen in een groot huis in Bolinas en pleegde daar uiteindelijk in 1984 zelfmoord, waar hij volgens zijn dochter al diverse keren over had gehad.

Ondanks zijn moeilijke leven en zijn depressies, was zijn werk vrij lichtvoetig en maf. Daardoor bleef het altijd een inspiratiebron voor diverse artiesten en fans. Van liedjes die op zijn werk werden gebaseerd, tot literaire clubs, tot een documentaire van Adam Curtis dat naar zijn boek is genoemd. Lees over de inspiratie op Wikipedia

Zijn invloed reikt verder dan je zou denken. Ook dit is bijvoorbeeld een gedicht van Brautigan:

Welke boeken schreef hij zoal?

Hij begon dus als dichter en na zo’n tien jaar gedichten schreven, vloeide er in 1964 een roman uit zijn pen: A Confederate General from Big Sur. Dat werd uitgegeven maar maakte nauwelijks een rimpel. 

Hoe anders ging het met zijn tweede roman uit 1967, Trout Fishing in America, dat maar liefst vier miljoen exemplaren heeft verkocht. Misschien kwam het omdat het boek op een speelse manier de Amerikaanse cultuur behandeld. Fishing Trout, ook de naam van de hoofdpersoon, daalt af op de maatschappelijke ladder en wordt een staatsvijand. Terwijl hij dol is op de Amerikaanse hobby: forellen vissen. 

De vondst van het boek is dat het gaat over forellenvissen maar dat Fishing Trout ook een karakter is (in de Nederlandse vertaling Forel Vissen).

“De invalide Forel Vissen in Amerika verscheen plotseling vorig jaar herfst in San Francisco, zich zigzaggend verplaatsend in een magnifieke chroomstalen rolstoel.” 

“It was like he was much more in tune with the trout in America than with people.” 

Het is wel een grappig boek om te lezen, maar ik zou het niet makkelijk noemen. Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat het nauwelijks iets realistisch of dramatisch heeft, iets om je aan vast te houden. Het is geen manier van schrijven die je nu nog vaak ziet. 

Ik denk dat het ook veel succes had omdat het ook (niet opzettelijk) goede timing had. In 1967 sloeg het boek aan bij jongeren en hippies en daardoor kon het ook zo vreemd en merkwaardig zijn. Die symbiose had ook een schaduwkant. Want Brautigan bleef wel schrijven maar met het langzaam weer verdwijnen van die hippiecultuur verdween ook zijn aanzien als schrijver. De ironie was dat Brautigan zich niet identificeerde met de beweging maar de beweging wel zijn boek omarmde.

Dat het boek geen commerciële truc was om aan te sluiten bij de tegencultuur van die tijd, schetste zijn editor: 

Hij schreef nog meer romans en vooral korte verhalen. Ze werden gepubliceerd in the Rolling Stone. Hij verloor aan populariteit maar was nog wel populair in Europa en Japan. Volgens de website Brautigan.net werden ze vertaald in veertig talen.

Wat is er dan zo typisch Brautigans? 

De inspiratie van Brautigans werk is dus nog springlevend. Maar wat is het dan wat mensen zo aanspreekt? 

Het is moeilijk uit te leggen hoe de boeken zijn omdat ze niet zo makkelijk vergelijkbaar zijn met andere schrijvers. Je kunt wel een paar namen noemen maar die zijn nog obscuurder dan Brautigan. En je kunt zijn stijl wel uit elkaar trekken maar daarmee ben je er nog niet.

Dit artikel van Sarah Hall in The Guardian uit 2014 geeft wel een goede indruk. Met name dit stukje is treffend: “ The more you read, the less there seem to be regulations and governing forces, ways of qualifying Brautigan. The mind of the author is simply too unbound, too childlike in its enormous, regenerative capacity to imagine.” 

Zijn zinnen zijn echt zinnen waar hij zijn best op deed, zonder dat ze bedoeld zijn om het verhaal voorwaarts te laten gaan:

Het was als de eeuwigdurende negenenvijftigste seconde die de minuut volmaakt en er dan wat schaapachtig uitziet.

Het Monster in de Kelder

Dit boek uit 1974 hoort nog  tot zijn hippieproza maar bevindt zich ook al weer een volgende fase. Hij was toen al een literaire beroemdheid. Het is nog steeds bizar als wat maar er zit voor mijn geval iets meer logica en rust in dan Forel vissen in Amerika

Wat me opvalt aan Het Monster in de Kelder:

  • De ongelooflijke vrijheid in stijl
  • De voorkeur voor eenvoudige zinnen (ben ik wel een liefhebber van)
  • De nonchalance van de karakters
  • Een anders dan gemiddeld schrijfbrein, met bijna terloops surrealisme en een merkwaardig soort humor

Als ik een minpunt moet noemen, is dat het soms wat te ‘hard’ is geschreven. Je mist hier en daar wat zachtere, warme zinnen. In dit boek wilde Brautigan dat alles tot de essentie komt, en dat put je wel uit als lezer.

Daarom is Brautigan natuurlijk ook sterk geworden in korte verhalen. In feite bestaan zijn romans uit allemaal korte microromannetjes. Later leefde hij van het verkopen van deze verhalen.

Graa Boomsma vroeg zich af waarom Brautigans korte verhalen zo genegeerd werden:

Hoe snel kan een jarenzestig-cultschrijver en hippieheld op de literaire vuilnisbelt en in het vergeetboek terechtkomen? Was hij het slachtoffer van modieuze lezers en trendgevoelige recensenten die om opportunistische redenen de ene tijdgeest voor de andere inruilden zonder zich ooit te verantwoorden? Misschien komt het ook door de, schijnbare, onooglijkheid van de meer dan tweehonderd verhalen die hij aanvankelijk publiceerde in uiteenlopende bladen als Playboy, Rolling Stone, Mademoiselle, Esquire, New Orleans Quarterly, Vogue en Ramparts. (…) Zijn kortste verhaal, Scarlatti’s hellend vlak, kan ik gemakkelijk in deze korte alinea kwijt: ‘“Het is heel moelijk in een appartement te wonen met een man die viool leert spelen.” Dat zei ze tegen politieagenten toen ze hun de lege revolver gaf.’

Ook treffend is deze observatie van Boomsma over Brautigans schrijfbrein:

Richard Brautigan is de eerste literaire sampler. Zijn nauwgezette waarnemingen zijn intuïties van het belangwekkende moment, als haiku’s of bewaarplaatsen van wat niet verloren mag gaan in de tot dumpplaats en vuilnisbelt verworden, gekmakende twintigste eeuw. ‘Mijn hersenpan wordt langzamerhand een vuilnisbelt. Ik heb er een enorme berg roestige blikken zo hoog als de Mount Everest en wel een miljoen afgedankte auto’s die hun laatste rustplaats hebben gevonden tussen mijn oren.’

Graag geef ik het woord aan Brautigan zelf:

De begrafenis van Magisch Kind

“Wie van jullie is Magisch Kind?” zei Greer.

De juffrouwen Hawkline hielden op met hun post-ontbijt-keukengescharrel en keken naar Greer.

“Magisch Kind is dood,” zei een van de vrouwen.

“Waarom?” zei Greer. “Ze was een aardig iemand, ik mocht haar.”

“Ik mocht haar ook,” zei Cameron. “Maar zo is het leven.”

Cameron had het soort mentaliteit dat alles kon aanvaarden.

“Je sterft als je lang genoeg geleefd hebt,” zei een van de juffrouwen Hawkline. “Magisch Kind leefde zolang ze moest leven. Wees niet treurig. Het was een pijnloze, noodzakelijke dood.”

Ze glimlachten beiden vriendelijk naar Greer en Cameron. Je kon nu geen verschil meer zien tussen de vrouwen. Alles aan hen was eender.

Greer zuchtte.

“Wat dachten jullie van een andere naam om het verschil aan te geven,” zei Greer.

“Er is geen verschil. We zijn dezelfde persoon,” zei een van de vrouwen.

“Ze zijn allebei juffrouw Hawkline,” zei Cameron om er een punt achter te zetten. “Ik mag juffrouw Hawkline en nu hebben we er twee van. Laten we ze allebei juffrouw Hawkline noemen. Wat maakt het uit op de lange duur?”

“Een goed idee,” zei juffrouw Hawkline.

“Ja, noem ons gewoon juffrouw Hawkline,” zei juffrouw Hawkline.

“Ik ben blij dat we dat tenminste opgelost hebben,” zei Cameron. “Jullie hebben één monster in de kelder. Niet? En die moet dood.”

“Niet in de kelder,” zei juffrouw Hawkline. “In de ijsgrotten.”

“Dat is de kelder,” zei Cameron.

“Vertel ons wat meer over dat vervloekte creatuur. Dan gaan we naar beneden en helpen we hem naar de andere wereld.”

    Meer lezen?