Gerrit Komrij: de toekomst volgens een dichter

Indipendenza geeft om de maand aandacht aan bijzondere literatuur die in het Nederlandse taalgebied is uitgegeven. Deze keer: De buitenkant van Gerrit Komrij (Uitgeverij De Arbeiderspers, ?).

1266 woorden / 7 minuten leestijd / Thema’s: literatuur, poëzie, privéleven

Ik herlees een aantal bijzondere essayisten uit de 20e eeuw. Mijn doel is om te ontdekken waar ze over onze tijd spraken, soms zelfs zonder dat te beseffen. Na eerder over Rudy Kousbroek en Anathema’s te hebben besproken, heb ik het nu over Gerrit Komrij’s De buitenkant.

Wie was Gerrit Komrij?

Gerrit Komrij zouden we aan literatuurliefhebbers niet moeten hoeven voorstellen. Toch kan ik me ook voorstellen dat een nieuwe generatie het niet zo goed weet, aangezien Komrij niet bekend is geworden van een klassieke roman.

Komrij is een echte essayist, eentje die zijn mening op intelligente en geestige manier kon verwoorden. Soms vond ik hem te cynisch – iets wat hij wel gemeen heeft met meer essayschrijvers uit de twintigste eeuw.

Hij haatte zelf om een essayist genoemd te worden:

Zullen we afspreken, dat je dat woord essay in mijn bijzijn nooit meer uitspreekt?

Hij schreef ook een roman, Over de Bergen, maar werd vooral bekend als compileerder van een gedichtenoverzicht: De Nederlandse poëzie van de 17de en 18de eeuw in 1000 en enige gedichten.

Hij woonde al sinds 1984 in Portugal maar kwam regelmatig in Nederland. Dan kwam hij vrijwel altijd ook even langs in de boekhandel waar ik werkte. Mijn leukste herinnering aan hem is dat hij op een krukje zit te wachten tot mijn chef een paar interessante boeken had verzameld. Hij was al wat ouder en ik vroeg hem of hij niet liever een stoel wilde, maar hij zat prima op het krukje.

Ik vond hem een prettige, bescheiden persoon. Behoorlijk anders dan de persoon met harde meningen die ik in zijn essays was leren kennen. Hij overleed in 2012. Zijn partner in 2019.

Van Komrij is veel te vinden in antiquariaten, hij schreef tegen de vijftig titels, en er zijn nog veel andere bibliofiele uitgaven, je vindt ze allemaal op Wikipedia. Frappant is dat een titel als Intimiteiten, die ik kocht 1 euro bij een kringloopwinkel, er niet bij staat.

Waar gaat De buitenkant over?

Het aardige van De Buitenkant is dat het een privédomein-uitgave is. Voor wie ze nog niet kent: dat zijn autobiografische werken van uitgeverij Arbeiderspers. Meestal netjes uitgegeven en leerzamer dan menig roman.

Dit boek is een abecedarium, wat wil zeggen dat het de mooiste quotes van Komrij terugbrengt tot een alfabet. Bij de G lees je Komrij-quotes over Griekenland, grensverleggend, de grote drie, gezichtsbedrog, gevoelspoëzie en gevangenis.

De quotes komen uit allerlei boeken, bladen en interviews. Sommige quotes zijn vrij geestig, andere doen me wat minder en vind ik wat te conservatief. En dat komt wel redelijk overeen met hoe ik Komrij als schrijver waardeer.

Ernstig en serieus is ook maar een spel

Of:

Ik ben niet zo’n helder denker als het over mezelf gaat. De hele wereld heeft het al door, en ik doe plotseling een persoonlijke ontdekking die dan bij anderen alleen gegeeuw oproept.

Hij verschilt met Rudy Kousbroek in die zin dat hij een romanticus was, waar Kousbroek duizelingwekkend veel interesses had. Daarom heeft Komrij aanzienlijk minder futuristische ideeën, maar meer tijdloze en geestig geformuleerde opmerkingen, zoals je van een eigenzinnige schrijver verwacht.

5 VOORBEELDEN VAN FUTURISTISCHE IDEEËN IN DE BUITENKANT

1. De populariteit van commercieel denken

Sinds de grote privatiseringen van de jaren negentig is de mens steeds meer om geld gaan geven. Commercieel denken, vroeger nog een vies woord, is voor iedereen heel normaal geworden. Het heeft zijn voor- en nadelen denk ik maar Komrij oordeelt als een echte romanticus:

Het belang van de cultuur heeft plaatsgemaakt voor het primaat van de economie. Van taxichauffeur tot voorzitter van de Raad voor de Kunst, iedereen bazelt economische termen: haalbaarheid, prognose. De economie imiteert de exacte wetenschappen, maar ’t blijft een lulreservaat voor halve denkers. Het omscheppen van een maatschappij van samenlevingsvormen naar samenrinkelvormen, het is een sluipend proces geweest dat nu bijna is voltrokken. (…) Nu beschikken openbare leeszalen voornamelijk over handboeken Wie doet het met wie? Straks ongetwijfeld gevolgd door Wie verdiende wat met wat?

2. De opkomst van de emoticon

Ik moest erg lachen bij het lezen van deze zinnen uit 1978, die bijna letterlijk gaan over een emoticon ver voordat het bestond:

Het is een gebrek van de taal dat er geen ironieteken bestaat. Ik probeer dat gemist in mijn poëzie enigszins te ondervangen door cursiveringen, die ik dan ook uitsluitend gebruik om ironie aan te geven. Ik vind dat je die grote dingen in een mensenleven – dood, ziekte, eenzaamheid – hoonlachend af moet doen, en op ironische wijze beschrijven. Een mens met een beetje fatsoen in zijn donder klaagt daar niet over.

3. Ironie als levenshouding

De ‘hipster’ heeft van ironie een soort manier van leven gemaakt. Komrij stelt daar een vraag over, die wij in onze tijd ook wel stelden, waaruit blijkt dat het een stuk tijdlozer is dan je vermoedt (1982):

Van het woord ironie word ik overigens zo langzamerhand ook kotsmisselijk – pardon, onpasselijk. Goed, we kunnen dat kolerewoord niet vermijden. Maar als ironie een levenshouding is, is het dan nog wel ironie?

4. Online klagen

Online klagen via social media is wat we intussen aan gewend zijn. Vroeger had je ook wel ingezonden brieven waarin geklaagd werd, en in Amsterdam had je zelfs ‘de klaaglijn’, waarbij iedereen mocht mopperen, maar feit is dat het meestal over hele kleine dingen gaat. En dat we door ‘main character syndrome’ heel regelmatig ons blikveld te smal maken. Komrij was daar in 1993 ook al verbaasd over, al was het dan nog vooral offline klagen:

Nog nooit op op één moment in de wereldgeschiedenis hebben op één plek zoveel mensen tegelijk het zo goed gehad als nu. En wat is het resultaat? Een volk van ontevreden klagers. De is nog chagrijniger dan de ander.

5. Waargebeurde verhalen

De hype van waargebeurde verhalen: het is iets waar je van moet houden. Met biografieën van jan en alleman intussen is het een serieus genre dat het commercieel ook goed doet. Maar of het literaire waarde heeft? Komrij betwijfelde dat in 1980:

Waarom zou een schrijver het realisme gaan beoefenen als hij door zijn talent in staat is alle geheimen van de wereld te verzinnen en ook alles te bekennen wat hij nooit gedaan heeft? Wat je precies bent, wat je precies denkt, wat je precies meegemaakt hebt, ja, wat hebben de mensen daaraan? Wat heeft dat voor zin? Je moet het bij stoten als een soort stoom gebruiken, om er andere dingen mee aan te wakkeren. De feiten op zich zijn oninteressant.

Misschien is mijn favoriete ‘futuristische’ versie van Komrij het hele boek Horen, zien en zwijgen. Ik heb dat in geen decennia gelezen maar het past vermoedelijk nog steeds uitstekend op de televisie van vandaag de dag. Het is de moeite waard om zijn spottende kritieken rustig te lezen, ook al is deze televisie al lang niet meer.

Een typische Komrij-quote vind je ook in Intimiteiten:

Mij werd onlangs voor de zoveelste maal gevraagd ‘of de literatuur nog een functie heeft in onze tijd’.
Het werd me gevraagd omdat ik een schrijver ben.
Nooit zullen ze eens aan een schoenmaker vragen of schoeisel nog een functie heeft in onze tijd.

Meer lezen, kijken of luisteren?