‘De samenleving is mijn universiteit’ (interview met Stella Braam)

Stella Braam is journaliste en schrijft zeldzame boeken, te categoriseren in de hoek van andere sociaalbewuste schrijvers/filmers als Jacob HoldtNick Broomfield en Michael Moore. Het gaat in haar boeken niet om het opsommen van een paar saaie feiten over hoe lastig het leven voor sommige minder fortuinlijke medemensen wel is. Het gaat om in begrijpelijke taal wereldjes te schetsen die wij brave burgers over het algemeen niet kennen, en ook niet willen leren kennen.

8 september 2017 (artikel en interview dateren van juli 2010; september 2017 paar redactionele aanpassingen) / 2634 woorden / 20,3 minuten leestijd / thema’s: maatschappij, misdaad, journalistiek

 

De participerende observatie
Indipendenza was onder de indruk van haar boeken en vroeg of ze het een en ander wil toelichten in een gesprek. Dat wilde ze wel. We ontmoeten in een cafeetje, op een steenworp afstand van de Dam.

De participerende observatie. Dat is Stella Braams journalistieke stijl. Zo heeft ze zowat al haar boeken geschreven. Stella: ‘De participerende observatie is in de sociologie en antropologie een gebruikelijke methode. Je begeeft je in een groep en begint te noteren wat je ziet en ervaart. Ik had ook antropoloog kunnen worden, ware het niet dat ik alleen mijn middelbare school heb afgemaakt.’ [Knipoogt] ‘De samenleving is mijn universiteit.’

De participerende observatie-carrière van Stella begon toen ze zich na een aantal jaren reizen realiseerde dat ze eindelijk eens een echte baan moest hebben. Ze had toen naar eigen zeggen twee keuzes: of ze ging de politiek in of ze werd journalist.

Ze solliciteerde op een baan als eindredactrice van het ledenblad van de Jongerenbeweging, die verbonden was met de FNV. Ondanks haar gebrek aan ervaring kreeg ze de kans om het vak journalistiek eigen te maken. Al tijdens haar eerste klussen leek het Stella logischer om naar deze arbeidersjongeren zelf toe te gaan en ze aan het woord te laten.

‘Wat ik dus niet doe, is met een verborgen camera rondlopen. Toen de verborgen camera voor het eerst werd ingezet, keek zowat iedereen. Sensationeel! Nu gebruiken zowat alle tv-programma’s een verborgen camera. Een sleetse methode wat mij betreft.’

 

Een complete identiteit verzinnen
Het doel van de participerende journalistiek is het schetsen van een ontwikkeling. De factor tijd is heel belangrijk. Als je drie jaar met daklozen omgaat, zie je veel meer dan in een weekje, zegt ze. Je hoeft dan je identiteit als journalist niet perse te melden, vindt zij.

Stella: ‘Dat is bijzaak. Soms vertel je het wel, soms niet. De daklozen heb ik het wel verteld. Ze waren blij verrast dat iemand iets over hen ging schrijven! Maar voor de omgeving om hen heen was ik een van de groep. Als de bewakers van Schiphol het bijvoorbeeld wel hadden geweten, zouden ze natuurlijk nooit voor mijn ogen iemand in elkaar geramd hebben…’

De participerende observatie vergt een voorbereiding die je gerust gigantisch kunt noemen. Zo moet je eventueel een complete identiteit verzinnen, zegt ze.

‘Als je verzint dat je uit een bepaalde buurt uit Utrecht komt, tja, dan moet je ook het café aldaar kennen waar iemand misschien over begint. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Ik speelde een keer een Hongaarse illegale vrouw terwijl ik geen woord Hongaars sprak. En toen ontmoette ik iemand die een paar Hongaarse woorden kende… Ik improviseerde wat in rap Spaans waarna de man afdroop.’

 

Rondlopen als koffiedame
Ze is ervan overtuigd dat de participerende observatie veel voordelen biedt tegenover de gewone journalistiek. 
Met haar artikelen over de onderkant van de arbeidsmarkt (De blinde vlek van Nederland, 1992) en over daklozen en misdaad (Tussen gekken & gajes, 1997) werkte Stella haar methode van de participerende observatie uit in leesbare boeken. ‘Je geeft mensen een gezicht, een stem. Of dat nu mensen in portieken zijn, mensen aan de lopende band, mensen in verpleeghuizen, ze worden eindelijk gehoord.’

Stella ging voor haar stukken in De blinde vlek van Nederland onder andere aan de slag als lopende band-medewerker, koffiejuffrouw, kamermeisje en schoonmaakster. Bij veel bedrijven bleken Arboregels te worden overtreden, mensen te weinig betaald te krijgen, soms helemaal niet, en de regels van de C.A.O. door nagenoeg niemand gerespecteerd te worden. Niemand bleek de rechten te kennen die je hebt als werknemer.

Stella: ‘Als je de Arbeidsinspectie belt, zeggen ze: Lost u het zelf maar op. Er werd schimmig omgegaan in het werken met illegalen. Rechtszaken bleken bovendien zelden goed af te lopen voor gedupeerden.’

Op al te veel begrip hoef je niet te rekenen als je problemen hebt met je laaggeschoolde baan, blijkt uit het boek. Een typerend moment is als Stella als koffiedame op een reclamebureau een immens zware koffiekar rondduwt, waar zij en haar collega pijn in hun rug en enkels van hadden. De mensen op het reclamebureau waren verbaasd. ‘Ze probeerden zelf de kar vooruit te krijgen en zeiden verbaasd: Dat kan toch niet! Niemand doet niemand er wat aan. De cateraar verwijst naar de opdrachtgever en andersom.’

 

Tweedehands bv-tjes verkoper
Veel van het succes van de participerende observatie hangt af van toeval. Dat is wat het werk zo mooi maakt, vindt ze. Een van de beste voorbeelden van toeval was haar spannende verhaal rondom de tweedehands Engelse bv-tjes-verkoper, die ze het pseudoniem Leo Galman gaf in haar verhaal. ‘Ik werd opgebeld door een van mijn bronnen, die zei: ‘Koop De Telegraaf en lees de advertentie in de advertentiebijlage met de tekst Heeft u ook zo’n hekel aan belastingen? Ga daar achter aan!’

Aanvankelijk deed ze er niets mee. Na aandringen van de bron bezocht ze toch het adres, waar een Poolse schone opendeed en Stella vroeg naar een businesscard. Die kon ze niet laten zien en ze wilde weer gaan. ‘Maar toen vroeg ‘Galman’: ‘Kun je typen? Ik heb iemand nodig voor typwerk. Kun je morgen beginnen?’

Met deze vraag kwam ze terecht in de wondere wereld van bv-oplichterij. Stella werkte er zes weken als secretaresse, men leze het verhaal in Tussen gekken & gajes. De meisjes die niet van het uitzendbureau kwamen, maar via een escortbureau. De connecties met Justitie. De duistere figuren die langskwamen. De kopieersessie in Londen. Puur filmmateriaal!

Stella: ‘Het eerste wat ik zag: stapels blauwe belastingenveloppen in de hoek gestapeld. Ik dacht: waar ben ik nu in godsnaam terecht gekomen? Hij nam mij in vertrouwen omdat hij zich onaantastbaar waande. Voor mij als journalist was het een goudmijn. De vraag waar ik mee zat, was: hoe kon het dat dit imperium, waarbij zoveel slachtoffers zijn gevallen, vijftien jaar bestond? In die tijd was er nog niet zoveel aandacht voor oplichterij. Toen ik twee tassen vol met bewijzen bij de redactie van de Volkskrant liet zien, konden ze me echt niet geloven.

 

Bang zijn van de CID
De grootste rijkdom van de participerende observatie vindt Stella de persoonlijke ontwikkeling die je doormaakt. ‘Je raakt je naïveteit kwijt, beseft dat de wereld niet zwart-wit is. En je weet wat het is om in de kou te liggen en gezien te worden als misbaksel. Ik ben elke avond zo blij dat ik een bed, een huis een kachel heb! Ja, letterlijk elke nacht denk ik: ‘Ik heb een bed!’ Je gaat je steeds dieper beseffen hoe bevoorrecht je bent.’

Ook leer je de overheid kennen. In de zaak met de grijze wolven, is ze volgens haar gebruikt door Justitie om hun rechtszaak rond te krijgen in een zaak tegen criminelen die banden hadden met de wolven. Stella: ‘Dankzij hen zat ik ineens als ‘weigerachtige getuige’ in cel 30 met de onvergetelijke tekst op de muur: ‘Nog 10 manden erbij, hoe hou ik het vol. Dat fout geschreven woord, dat herinner ik me zo goed.’

In de zaak van ‘Galman’ kreeg ze de CID, de Criminele Inlichtingen Dienst, achter zich aan. ‘De CID wilde mijn dossiers en zei: Als jij dit gaat publiceren, heb jij een probleem. Ik was banger van hen dan van de oplichter zelf.’

 

Hartritmestoornissen en multidrugsgebruikers
Nadelen van deze journalistiek zijn er genoeg, zegt ze. Angst is bijvoorbeeld lastig om mee om te gaan als je zo journalistiek beoefent, zeg ze.

‘Ik heb veel angstige momenten meegemaakt. Soms denk ik nu wel eens: hoe heb ik dat allemaal gedurfd? Ik bleef steeds doorgaan omdat ik een duidelijk doel voor ogen had. Gek eigenlijk dat het voor politie en brandweer vanzelfsprekend is om gevaar te lopen maar journalisten zijn er zich minder bewust van. We denken dat we een bevoorrechte kaste zijn die nooit iets zal overkomen.’

Vooral naar aanleiding van het verhaal over de grijze wolven kreeg Stella nogal wat stress te verduren. Toen ze met haar collega Mehmet Ülger op de snelweg na een ontmoeting met een kopstuk van de Grijze Wolven-maffiatak naar huis reed, bleken ze opeens te worden achtervolgd. De volgende dag zat ze bij de huisarts. Conclusie: hartritmestoornissen.

Stella: ‘En dan later horen van de politie dat er een huurmoordenaar was gekomen. Een klusje in verband met een boek, zeiden ze. Hij was ook weer opgepakt en uitgezet dus wat schiet ik ermee op dat te weten? Ik heb met een schietvest rondgelopen. Ik kreeg ook een rapport van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging over hoe om te gaan met persoonlijke bedreigingen. Die informatie leek wel een episode van Jiskefet. Als u een pakket ontvangt, ruikt u er dan eerst aan. Er kan een bom in zitten… Als u in uw auto wilt stappen, doe dat nooit zomaar…’

Ik denk dat nu het voordeel komt dat ik vrouw ben, overpeinst ze. Er zijn mensen die tegen haar hebben gezegd: als jij man was, had je dit niet allemaal kunnen schrijven. ‘En daar zit wel wat in. Men gaat over het algemeen niet snel over tot fysiek geweld tegen een vrouw. En ze denken ook vaak dat ik van een instantie ben, dan wel van de PKK, dan wel van de CID… Weinigen geloven dat ik dit allemaal alleen zou doen.’

Ze is nog het meest bevreesd geweest voor daklozen met psychiatrische stoornissen. Stella: ‘Je hebt het hier over multidrugsgebruikers, die alles door elkaar gebruiken. Ze zien je van het een op andere moment aan voor de duivel. Bewakers liepen ‘s nachts in het Utrechtse Hoog Catherijne met een boog om ze heen.’

Een nadeel is ook dat het niet zo heel leuk is om laaggeschoold werk te doen. ‘Je kunt ‘s avonds niet meer op je benen staan! Dan moet je nog alles opschrijven. Toen had ik nog geen internet en moest ik voor research ‘s avonds bellen… Hoi, ik werkte vandaag met deze fles schoonmaakmiddel met een doodshoofd erop, wat is dat precies?’

Gepassioneerd bezig zijn met je werk als journalist buiten categorie betekent dat je eigenlijk geen partner kunt hebben in de tijd dat je met een project bezig bent, vindt Stella. ‘Je zal maar een vrouw hebben die zegt: Ik moet even een paar nachten tussen de junkies op Hoog Catherijne liggen. Dat vind je toch geen bezwaar?’ [Schatert] ‘Maar het hoeft natuurlijk niet allemaal zo intensief als ik heb gedaan. Je kunt ook kleinere projecten aanpakken.’

 

Handelen met duistere figuren
Zo’n observatie kost veel geld en waar haal je dat vandaan? Stella: ‘Je krijgt gelukkig ondersteuning via het fonds voor bijzondere journalistieke projecten. Het is feitelijk voor een deel een renteloze lening, waarbij je je royalty’s moet inleveren als je goed verkoopt! Ik heb in armoede geleefd, hield me in leven via subsidies, sponsors en niet in de laatste plaats mijn vader.’

En dan nog moet je leren leven met het feit dat het leven niet zo zwart-wit is. Stella geeft ook aan dat ze in de zaak Galman gebruikt is door haar bron, die zei: Als jij die tent kapot schrijft, neem ik zijn klantenbestand over.

‘Handelen met duistere figuren is hellend vlak. De informantenwereld, waar je vanzelf in terecht komt als je veel op straat leeft, is een buitengewoon schimmige wereld, een erg negatieve sfeer, en ik besef nu wel dat dat de weg niet is om verhalen te vertellen.’

En hoe ga je ermee om dat je het vertrouwen schendt van mensen die er geen idee van hadden dat ze een journalist in huis hebben gehaald? ‘Het is een lastig punt in de participerende observatie. Voor mij is het belangrijkste dat de mensen hun privacy behouden. Je ziet in mijn boeken dat ik steeds minder namen ben gaan noemen. Waarom zou ik alle verzorgers van mijn vader bij hun namen noemen? In de zaak Galman kwam ik ook informatie tegen over zijn echtscheiding maar zoiets heeft niets te maken met het verhaal. Dat breng je dus niet naar buiten.’

 

Inspirator
Er is altijd waardering geweest van collega’s, geeft Stella aan, en daar is ze erg blij mee. Ze vindt het wel jammer dat ze wordt ingedeeld bij actievoerende journalisten. ‘Die indeling vind ik lastig. Ik moet wat er gebeurt zo mooi mogelijk opschrijven, dat is mijn belangrijkste opdracht.’

De boeken veranderden op politiek gebied maar weinig. Een journalist hoeft de wereld natuurlijk niet te veranderen, besefte Stella, maar ze werd er wel verdrietig van.

Tot ze het boek over haar vader, Ik heb Alzheimer, publiceerde in 2005. Daarin was haar vader in feite de participerende observatie-bron in zijn strijd tegen Alzheimer. Het boek werd bron van inspiratie voor mensen die aan dementie lijden én hun verzorgers. Het boek is intussen de grens overgestoken naar Duitsland, Estland, Litouwen en er staat een Chinese vertaling op stapel. Stella geeft nu ook in Duitsland lezingen over het onderwerp en ze is mede-oprichter van de Innovatiekring dementie.

‘Directie communicatie is een stuk spannender dan alleen achter je laptop te zitten! Tijdens mijn lezingen is mijn boodschap aan alle betrokkenen: Wacht niet op Den Haag! Neem zelf verantwoordelijkheid!’ Ze lacht weer, zoals ze vaak doet in het gesprek en voegt toe: ‘Die rol als inspirator bevalt me heel goed.’

 


Zelf geobserveerd worden door groepen participerende mensen

Van participerende observant is zij nu degene geworden die geobserveerd wordt door groepen participerende mensen. Dat vindt ze heel leuk maar ze heeft regelmatig heimwee naar de tijd dat de dagen onvoorspelbaar waren. Ze zegt dat haar kansen nu verkeken zijn. Ze is te bekend geworden. Ze zou graag zien dat meer journalisten erop uit gingen. ‘De participerende observatie is niet de zaligmakende journalistiek. Ik wil gewoon dat journalisten meer hun nek uitsteken. Ze verzinnen excuses. De hoofdredactie zegt: Journalisten willen niet en journalisten zeggen: De hoofdredactie wil het niet. Tja.’

Het gekke is, zegt ze, dat de methode nog steeds zo onbekend is. ‘Op de opleiding krijg je de hele tijd te horen: een professioneel journalist houdt afstand tot zijn onderwerp. Maar de discussie gaat niet over subjectief en objectief. Het gaat over perspectief. Als je in de auto zit, zijn fietsers hinderlijk. Als je op de fiets zit, dan heb je een hekel aan auto’s. Als keurige burger heb ik last van daklozen. En daklozen zien weer allemaal mensen die hen negeren. Deze werkwijze is juist afstandsarm, je moet een van hen worden, tot het moment dat je gaat schrijven. Dan moet je de kracht hebben om alles vanuit een helikopterview te bekijken.’

Er kan nog veel veranderd worden, zoals de financiën, of dat er voor avontuurlijke journalisten geen opvangdienst is. ‘Dat je zou kunnen spreken met psychologen, aangezien je als journalist zo vaak stressvolle dingen meemaakt. Dat zou echt geen overbodige luxe zijn.’

 

De vraag als je haar werk leest, is: waarom huurt de overheid Stella niet in als journalist om haar in alle vrijheid een sociaal onderwerp van top tot teen bloot te leggen? Het zou ook nog eens interessante boeken opleveren. Bijzonder in dit verband was de reactie van een Amsterdamse deelraadspoliticus. Die gaf in verband met het verstrekken van subsidies aan te wachten op de verschijning van het boek over Grijze Wolven. ‘Daar staat het toch allemaal in?”


Stella’s eigen website

Interview op Villamedia.nl

Stella Braam op Wikipedia

Met dank aan Stella Braam