De Spaanse cinema is niet de meest bekende cinema van Europa. Toch is het de moeite waard om je in te verdiepen, vindt Cor Oliemeulen, hoofdredacteur van het online filmblad Indebioscoop.com. Hij schreef er een boek over. Wat Indipendenza wil weten: wat kenmerkt de Spaanse cinema en waar komt de passie voor Spaanse films vandaan?
2118 woorden / 11 minuten leestijd / Thema’s: Spanje, cinema, Luis Buñuel, stromingen, selfpublishing / Vorm: Interview
Cor Oliemeulen is van huis uit een redacteur. Zijn filmblad Indebioscoop.com richtte hij op in 2012, en maakt filmstukken met een ‘illuster team van filmgekke personen’, waar ik ook lid van ben. De redactie veranderde regelmatig in de loop der tijd maar de website geeft nog steeds veel kansen aan nieuwe talentvolle schrijvers met een passie voor film. Cor geeft ze dan altijd opbouwende kritiek.
Op zeker moment ontstond bij hem een plan om een boek over Spaanse cinema te schrijven. Ik heb hiervoor de eindredactie gedaan en bijgestaan met tips over structuur en taal. Het eerste exemplaar werd in februari overhandigd aan de cultureel attaché van de Spaanse ambassade in Den Haag. En is nu te koop.
Ook al heb ik zelf redactioneel aan het boek meegewerkt, ik wilde toch meer van Cor weten over zijn beweegredenen en zijn passie voor Spaanse film. Daarom hielden we een interview over zijn boek.

Ik ben heel benieuwd waarom je nou eigenlijk bent begonnen met het boek. Waarom viel je keuze uitgerekend op het onderwerp Spaanse cinema?
“Een jaar of vijf geleden was ik Spaans aan het leren. Het leek me een goed idee om ook Spaanse films te gaan kijken. Hoe meer films ik keek hoe meer ik ging begrijpen dat Spaanse films te maken hebben met geschiedenis, herinnering en trauma. Dat vond ik zo interessant dat ik daar verder in dook. Voordat ik het wist, was ik een boek aan het schrijven…”
Wat was het idee dat je toen nog voor ogen had?
“Ik had al meteen het idee om de geschiedenis van de Spaanse cinema in grote lijnen te vertellen aan de hand van 15 trilogieën van Spaanse filmmakers. Denk aan drie psychologische thrillers van Alejandro Amenábar (Tesis, Abre los ojos en The Others) die veel filmliefhebbers wel kennen. Of drie dansfilms van Carlos Saura, zoals Carmen. En van Luis Buñuel zouden vast ook wel drie mooie, absurde films bij elkaar passen.
“Uiteindelijk lukte het me om 15 thema’s aan 15 belangrijke regisseurs te koppelen. Ik dacht dat het schrijven van zo’n boek binnen een jaar moest lukken. Daarna De Franse filmgeschiedenis in 15 trilogieën. En dan die van Italië… Het liep anders.”
Wat gebeurde er?
“Ik had dus wel 15 trilogieën van Spaanse filmmakers en 15 thema’s, die samen een aardig beeld gaven van de Spaanse cinema, maar ik vond dat ik die trilogieën moest inleiden. Over elk thema – of het nu gaat om fantasie, film noir, religie, flamenco, mysterie, de Spaanse Burgeroorlog of de dictatuur – viel zóveel meer te vertellen. En er zijn nog zoveel andere boeiende filmmakers.
“Hoe meer films ik zag, hoe meer ik erover ging lezen en hoe sterker ik de behoefte kreeg om een zo volledig mogelijk beeld te schetsen. Ik koester de uren die wij samen hebben gespard om tot een goede structuur van het boek te komen. En niet te vergeten jouw eindredactie en tekstadviezen, die mijn manier van storytelling verbeterden.”
Dank, aardig! Kun je voor de lezers globaal toelichten welke filmauteurs je in je boek behandelt? Waarom deze namen?
“Deze filmmakers hebben een herkenbare stijl en hebben of hadden creatieve controle over hun eigen films. Dat zijn bijna alle regisseurs die ik aan die 15 thema’s heb gekoppeld.
“Een goed voorbeeld is dé auteur van de Spaanse cinema: Luis Buñuel, ook al maakte hij na vrijwillige ballingschap bijna al zijn films in Mexico en Frankrijk. Met zijn combinatie van surrealisme, zwarte humor en kritiek op de kerk en de burgerij voelen al zijn films onmiskenbaar Buñueliaans.
“Carlos Saura is al even bepalend. Hij maakte zijn beste films onder de Franco-censuur en ontwikkelde een symbolische, diepgaande stijl waar thema’s als herinnering, trauma en de Spaanse identiteit steeds terugkeren, denk aan Cría cuervos.
“En natuurlijk Pedro Almodóvar, de bekendste nog levende Spaanse filmauteur, herkenbaar door zijn melodrama’s, felle kleuren, sterke vrouwelijke personages en thema’s rond (gender)identiteit en verlangen. Vraag iemand een film van hem te noemen, en het is waarschijnlijk Volver.”
Het moet immens veel research zijn geweest over al deze filmmakers. Hoe heb je dat aangepakt? Was er al veel over gepubliceerd?
“Je leert het meest van de cinema van een land door films te kijken, heel veel films. Vervolgens ga je lezen. Ik las veel academische boeken over de Spaanse cinema, of bladerde er eigenlijk vooral doorheen, want vaak struikelde ik over de voetnoten, het onnodig ingewikkelde taalgebruik en de ellenlange analyses.
“Maar ik gebruikte ook andere bronnen: essays, interviews en websites. Zo ging ik op zoek naar verdieping: soms om mijn eigen analyse te toetsen, soms voor nieuwe inzichten, of sterke quotes.
“In een paar gevallen gebruikte ik een bron heel praktisch, bijvoorbeeld wanneer een film zonder ondertiteling verdomd lastig te volgen was door de taal of het dialect, en ik wilde begrijpen waar die precies over ging.”
Van welke regisseur ben je écht fan geworden door dit boek?
“Bijna elke regisseur heeft zijn eigen charme, typische handelsmerken en meesterwerken. Zelfs Jesús Franco! Met zijn horrotica bij het thema: ‘Vunzige cinema’. En Bigas Luna (thema: ‘De macho’) met zijn fixaties op melk en vrouwenborsten. Of Netflix-regisseur Oriol Paulo met zijn oogstrelende, ingenieuze misdaadmysteries.
“Misschien wat voor de hand liggend, maar Buñuel en Saura zijn voor mij dé grote meesters van de Spaanse cinema. In de jaren ’70 en ’80 had ik al veel van hun films op tv gezien, maar toen begreep ik nog niet de helft van wat ik nu heb geleerd.”
Welke geschiedenissen waren het meest een openbaring voor je?
“Een Spaanse Affaire gaat vooral over hoe die donkere periode de Spaanse cinema heeft gevormd: de Spaanse Burgeroorlog en de dictatuur van Franco. Filmmakers moesten creatief zijn om de censuur te omzeilen, bijvoorbeeld via symboliek en metaforen. Ze verstopten hun kritiek op de machthebbers in beelden en dubbele lagen.
“De gevolgen van de oorlog en de decennialang durende onderdrukking werken nog steeds door in de huidige Spaanse samenleving. Er liggen nog steeds meer dan honderdduizend slachtoffers ongeïdentificeerd in de vele massagraven. De ene helft van de Spanjaarden zwijgt, de andere helft is nog steeds op zoek naar erkenning.”
Was dat stuk moeilijk om aan te werken?
“Ja. Niet alleen vanwege de gevoeligheid die dat thema oproept, maar ook om de aanloop ervan en de omstandigheden zo duidelijk mogelijk uit te leggen, zonder dat het een hoofdstuk uit een geschiedenisboek zou worden.”
Welk hoofdstuk gaf je juist het meeste plezier?
“Het boek kent grofweg twee delen: films over en tijdens de burgeroorlog en de dictatuur, en films die na de afschaffing van de censuur in 1977 de bevrijding vieren.
“Die bevrijding veroorzaakte een ongekende explosie van vreugde en creativiteit, die je volgens mij in geen enkel ander filmland zo uitbundig ziet. Films werden openlijker, experimenteler, lichamelijker, brutaler. Alles wat God – of beter gezegd Franco – al die tijd had verboden werd op het scherm gesmeten. Het verkennen en beleven van die periode gaf ook mij meer vrijheid.”
De drie kenmerken van de Spaanse cinema volgens Cor Oliemeulen:
- De Spaanse cinema is overzichtelijk en nauwelijks versnipperd, want ze is sterk gevormd door één dominante geschiedenis: de burgeroorlog en de dictatuur. Je kunt de Spaanse cinema niet begrijpen zonder de geschiedenis van onderdrukking.
- De ongekende explosie van artistieke vrijheid na de afschaffing van de censuur.
- Onverhulde passie die boven het stereotiepe uitstijgt.
Het risico met zo’n groot onderwerp is dat het nooit af is. Wanneer was het klaar voor jou?
“Je hoort het vaak: je hebt een boek geschreven en blijft maar herschrijven en herschrijven, want het resultaat moet ‘perfect’ zijn.
“Ik voelde dat het écht klaar was toen ik op het allerlaatste moment nóg een film had ingevoegd: La Voz Dormida, een indringende, emotionele film over een gevangenis vol vrouwen van wie de meesten zullen worden geëxecuteerd omdat ze volgens de fascisten voor de verkeerde kant hebben gekozen. Die film bracht ook mijn stem tot zwijgen.”
Vervolgens was je druk met het daadwerkelijk uitgeven van het boek. Je hebt gekozen voor selfpublishing. Dat is meestal veel werk omdat je zelf alles moet doen, zoals fotorechten regelen, promotie etc. Hoe heb je dat opgelost?
“Wie een boek schrijft, wil dat publiceren. Mijn boek is ‘niche’, zoals ze dat noemen. De meeste filmboeken zijn Engelstalig, uitgegeven door universiteiten. In Nederland verschijnen maar een paar filmboeken per jaar: populaire onderwerpen van bekende mensen bij grote uitgeverijen, minder populaire onderwerpen van onbekende mensen bij kleine uitgeverijen.
“Ik wilde graag veel foto’s in mijn boek en weet dat uitgeverijen daarvoor huiverig zijn. Als een foto onrechtmatig wordt gebruikt, lopen zij het grootste risico voor claims. Natuurlijk bestaat het citaatrecht, bijvoorbeeld als je een film still gebruikt om een analyse te visualiseren. Maar ja, het meest veilig en fatsoenlijk is wel om toestemming te vragen aan rechthebbenden. Dat viel lang niet altijd mee en duurde soms erg lang. Zo wilde ik foto’s van films van Luis Buñuel, maar stuitte ik op een juridische kwestie tussen twee partijen.
“Aan de andere kant zorgde mijn zoektocht naar de rechtenhouders ook voor leuke en enthousiaste reacties via mails, bijvoorbeeld met toenmalige producenten of nazaten van filmmakers. Dat iemand uit Nederland zich zo verdiepte in de Spaanse cinema vond men best bijzonder.
“Omdat ik veel foto’s gebruik, heb ik gekozen om mijn boek zelf te publiceren, via een platform dat het boek op bestelling drukt en verstuurt, zodat je zelf ook niet hoeft te investeren. Voor je het vraagt: van de opbrengst word je zeker niet rijk; het zou allang mooi zijn als ik een deel van mijn kosten terugverdien.”
Vervolgens de promotie. Je hebt het eerste exemplaar gepresenteerd aan de Spaanse ambassade, contact gehad met het Spaanse filmfestival in Amsterdam en meer. Hoe is het om erkenning voor je werk te krijgen?
“Ruim een jaar geleden stuurde ik een mail naar de Spaanse ambassade dat ik een boek over de Spaanse cinema aan het afronden was. Ik schreef dat we een gemeenschappelijk doel hadden: het verspreiden van de Spaanse cultuur onder de Nederlandse bevolking. Ze wilden graag kennismaken en het boek lezen.
“Omdat enkele proeflezers van mijn boek ook Spaanstalig zijn – zoals Virginia Pablos van het Amsterdam Spanish Film Festival – besloot ik het in het Engels te vertalen. Want, hoeveel Spaanse films ik ook zag, het boek vertalen in het Spaans was nog veel te hoog gegrepen…

“Uiteindelijk mocht ik het eerste exemplaar van de Nederlandse versie afgelopen februari aanbieden aan de cultureel attaché van de Spaanse ambassade, Joaquín Durán. Het was een hartelijke ontmoeting, waarna ze mij in contact brachten met een aantal organisaties. Inmiddels ben ik hier en daar uitgenodigd om lezingen te houden.
“Natuurlijk is het leuk om erkenning voor je werk te krijgen, maar het delen van de relatief onbekende Spaanse cinema vind ik belangrijker. Vraag aan de gemiddelde filmliefhebber om drie Spaanse films van vóór 2000 te noemen, en je ziet het gebrek aan kennis van deze bijzondere filmcultuur. Daarom zie ik het boek vooral als promotie van de Spaanse film en haar unieke rol in de Europese filmtraditie.”
Een paar weken geleden presenteerde je het boek ook aan je eigen filmredactie in Eye Filmmuseum: hoe was dat?
“Het was ook fijn om Een Spaanse Affaire in Eye Filmmuseum uit te kunnen reiken aan mijn zeer gewaardeerde collega’s van InDeBioscoop.com. Zij zetten zich al jaren onbezoldigd in om onze gemeenschappelijke liefde voor film op hun eigen persoonlijke manier te delen met andere filmliefhebbers.”
Wat ligt er nu nog op je te wachten?
“Een Engelse vertaling! De basis ligt er al, onder eindredactie van mijn neef Marco, maar zoals je weet, kon ik het niet nalaten om nog een flink aantal alinea’s en pagina’s toe te voegen, dus er is nog het nodige werk aan de winkel.
“Mijn omgeving dringt ook aan op een Spaanse vertaling. Dat zou natuurlijk prachtig zijn, maar dan moet het boek wel een stuk bekender worden dan nu, zodat ik een Spaanse uitgeverij in de arm kan nemen.
“Of er een vervolg komt? Haha, nee, niet in deze vorm, dat is echt te tijdrovend. Misschien dan maar een boek over ‘de 15 beroemdste Spaanse actrices’ met grote, sexy foto’s? Dat verkoopt sowieso een stuk beter!”
