Parijs is chique, prachtig en romantisch. Alleen is dat niet overal zo! De stad heeft ook een sjofele, grimmige en volkse kant, zoals in het oosten van Parijs. Dat laat zich wat lastiger ontdekken voor de toerist. Wat Indipendenza wil weten: wat maakt deze wijken interessant om te bezoeken?
2373 woorden / 13 minuten leestijd / Thema’s: Parijs, Belleville, Ménilmontant, reizen, fotografie, alternatief, streetart / Vorm: fotoreportage met reisgidselementen / Copyright photo’s Indipendenza.nl
Lezen helpt om een stad te begrijpen. Stad van Ideeën van Alec van der Horst is voor Parijsliefhebbers een aardig boek om mee te starten. Het accent in dit boek ligt op filosofie.
Over deze twee wijken staat er niet zoveel in, maar deze opmerking is wel belangrijk om Belleville en Ménilmontant te kunnen plaatsen:
Een belangrijker, want voelbaarder verschil is dat tussen het westen en het oosten. In het westen kun je bijna alle beroemde monumenten bewonderen, van de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe tot aan de Opéra en de Dome des Invalides. Het oosten heeft op sommige plekke een iets modernere architectuur en doet hier en daar zelfs een beetje aan Berlijn of Londen denken.
In deze wijk, waar vroeger vooral de armen woonden, hebben zich de afgelopen twintig jaar de nieuwe, over het algemeen jongere veelverdieners geïnstalleerd. De hippe straten rond het Canal Saint-Martin behoren inmiddels tot de duurste van de stad. In het westen wonen vooralsnog vooral de oudere rijken. Het verschil zie je ook terug in het stemgedrag: in het oosten stemt men links, in het westen rechts.
Belleville ligt in wat het 20e arrondissement wordt genoemd, tegen de oostelijke grens aan de Péripherique aan. Toch was het tot 1860 een stadje op zichzelf. Daar zaten ook nog stukjes van het 19e, 10e en 11e arrondissement aan vast. Toch is ‘Belleville’ nog steeds een begrip, Parijzenaren weten wel wat je ermee bedoelt.
De belangrijkste ‘attracties’ van Belleville zijn het Canal Saint-Martin, het mooie Parc des Buttes Chaumont (waar toch niet veel toeristen komen) en de beroemde begraafplaats Père Lachaise. Je vindt er ook het bekende verkeersknooppunt République.
Belleville is een wijk waar je verder leert kijken dan naar wat beroemd is. Zoals de ‘groene oase’ Villa de l’Ermitage; het aparte wijkje Quartier de Mouzaïa of de winkeljes rondom het Canal Saint-Martin.

Het is er vrij heuvelachtig. Sommige hogere delen van de wijk zijn ietwat verpauperd, met graffiti, leegstand, rommel. Een groot pluspunt is dan weer het gebrek aan toeristen overal en – voor de liefhebber – een stad waar het prettig ronddwalen is.
Ménilmontant is het zuidelijke, lagere deel en wordt vaak in een adem genoemd met Belleville. De Avenue Gambetta is het hart van die wijk.
Wat was de geschiedenis van Belleville en Ménilmontant?
Belleville en Mémilmontant waren lang de (linkse) arbeidersbuurten van Parijs. Er woonden anarchisten en opstanden werden hier bekokstoofd. Dat vertelt historicus Andrew Hussey in een ander goed boek over Parijs: Parijs, de verborgen geschiedenis.
In datzelfde jaar [1840] woonden Parijse arbeiders voor het eerste de zogeheten ‘communistische banketten’ bij die werden gehouden in Belleville en Ménilmontant. Dit waren discussiebijeenkomsten in de open lucht, georganiseerd door radicale intellectuelen, ambachtslieden, ongeletterede arbeiders en proletariërs. Er vloeide volop wijn bij deze bijeenkomsten (…).
Het was ook lang synoniem voor misdaad en armoede, terwijl de rijkere Parijzenaar het in West-Parijs een stuk beter had. Voor sommigen was hun afkomst uit Oost-Parijs juist een uitkomst, vertelt Hussey in zijn boek:
De meest gevierde en bekritiseerde parigote was Édith Piaf, die werd geboren in Belleville, dé arbeidersbuurt van Parijs. Haar beroemdste liedjes verheerlijkten de mythe dat een jonge parigote uit dit deel van de stad liefde en geluk kon vinden in ‘le Grand Paris’. Ze zong op briljante wijze over met kinderkopjes geplaveide straten, accordeonspelers, hoeren, harde maar kwetsbare soldatenliefjes en schonk Parijs daarmee een compleet nieuwe mythologie.
Je vindt in het noorden en oosten ook veel meer diverse culturen dan in het westen van Parijs. Rue de Belleville is een soort Chinatown in Parijs.
Er valt meer over de geschiedenis te vertellen maar laten we nu maar eens de voetjes in beweging brengen.
Wandeling door Belleville en Ménilmontant (noordelijk deel)
Wat vind je als alternatief ingestelde Parijsganger zoal in Belleville en Ménilmontant? Wat is er te vinden wat de moeite waard is als je niet voor de Eiffeltoren of Champs-Elysées komt?
De makkelijkste manier om dat te vertellen is om er een soort wandeling van te maken, van noord naar zuid, met flinke omwegen.
We beginnen bij het Parijse kanaal. In het noordwesten van Parijs, nog voorbij Pantin, Bondy en Sevran, begint het kanaal dat in Oost-Parijs samenkomt in het Bassin de la Villette. Een recht roeikanaal, met filmgerelateerde winkels en bioscopen. En een paar prettig toeristenloze bars, zoals Bar Ourcq.

De wijk in de omgeving van het Bassin de Villette is het armste stuk binnen de périphérique, schreef Stephen Clarke in het boek Paris Revealed (2011):
(…) The Bassin de la Villette, is not yet inhabited by trendies, and is one of last poor, mixed-race quartiers inside the city.
Hij schat dan al in dat het over tien jaar ‘entirely lofted’ zal zijn en dat is intussen al gepasseerd.

In elk geval komt het Bassin uit bij het Place Stalingrad, waar schilder Erik Pape een obsessie mee had:
Ik denk dat mijn liefde voor het Place Stalingrad komt door die rare slinger en door de aparte ambiance van het plein. Het is levendig, er zijn veel nationaliteiten. In het begin waren het vooral arbeiders die er tussen de middag in brasseries aten, moest je nog in de rij staan om binnen te komen.
Lees het verhaal van Erik Pape over Parijs
Daar verandert het water in een smaller kanaal, het Canal Saint-Martin, en gaat het bij Quay de Valmy met een knik zuidwaarts.
Deze wijk trekt veel jongeren aan. Ze bezoeken de talrijke cafés en de kleine, grappige winkeltjes, zoals boek- en kunstwinkel Artazart, waar je prints kunt kopen om lokale kunstenaars te steunen. Lees meer over Artazart.



Vlakbij Artazart vind je aan de Rue des Vinaigriers de charmante, ietwat rommelige boekhandel Philippe le Libraire. Het is geopend in 2007 maar oogt alsof het er al honderd jaar zit. De winkel zet zich in voor de alternatieve, artistieke en iets lastiger te verkopen stripboeken.
De Time Out vertelt hoe de eigenaar ooit begon:
Philippe, au chômage, s’inquiétait de voir ce quartier totalement délaissé par le neuvième art. (De werkloze Philippe maakte zich ongerust dat de wijk de negende kunst helemaal zou moeten ontberen.)
Keer terug naar de andere kant en loop het Parc des Buttes Chaumont in, een van de hoogtepunten van de wijk.
Lang was dit park een moerasgebied. Baron Haussmann, die als geen ander het aangezicht van Parijs heeft veranderd, maakte er een park van in 1867. Het is als een mini-wild-landschap met een grot, bos en meer. Op de rots (nu niet toegankelijk) staat een replica van de tempel van Sybille in Tivoli.
Het park heeft serieuze hoogteverschillen. En is een perfecte plaats voor picknicken in Parijs. Op de hoek zit ook nog een uitstekende bakkerij waar je allerlei lekkers kunt halen. Let op de heuvel, volgens schrijver Stephen Clarke kan er wel eens wat naar beneden rollen:
On sunny days, they all go to the Buttes Chaumont park to try and picnic on the dangerously sloping lawns (downhill-rolling wine bottles and melons are a frequent hazard.

Rechts van het park (op de kaart gezien) vind je een plek waar bijna geen toerist komt: het dorps ogende wijkje Quartier de la Mouzaïa. Dat wijkje werd boven gipsgroeves gebouwd. Het heeft lage, kleurrijke huizen en een aantal wegen die allemaal uitkomen bij een schattig pleintje: Place de Rhin et Danube.
Het is een rustige plek, wat in gidsen meestal ‘groene oase’ wordt genoemd. Zelfs Parijzenaren kennen het wijkje nauwelijks. De echte Parijsofiel mag het niet missen. De website Paris Secret zegt er bijvoorbeeld over:
De plek staat ook bekend om zijn street-art en vele hedendaagse kunstgaleries, die deze wijk een van de meest dynamische in de stad maken. (…) Ondanks de groeiende populariteit heeft het district La Mouzaïa zijn authentieke karakter en gezelligheid behouden.
Wandeling door Belleville en Ménilmontant (zuidelijk deel)
Via de Rue de Pyrenees kom je vrij onverwacht bij een van de pareltjes van Belleville: De Villa de L’Ermitage. Ook hier heeft de website Paris Secret meer informatie over. Het is ongewoon groen en intiem voor Parijse begrippen. En je komt er vermoedelijk geen toeristen tegen. Paris Secret noemt het een ‘verborgen juweel’ en ‘een oase van weelderige rust’.
Voor fotografen is het wel een paradijsje – er valt zoveel te schieten dat je er wel een half uurtje mee bezig bent:


Het straatje leidt terug naar de Rue de l’Ermitage. Dat is een van de oudste straten van Belleville. Het heeft nog steeds wel iets on-Parijzigs, met smalle straten, kleine woningen en zelfs impasses die leiden naar achterafpleintjes. Probeer er zeker een paar. In de straat vind je diverse aardige ambachtelijke winkeltjes.
Het knusse gevoel komt ook door de zogenaamde ‘Faubourg-architectuur’ met kleine, smalle bakstenen huizen. Vaak woning + werkplaats. En er is ook veel sociale woningbouw uit de twintigste eeuw. Met de smalle kronkelende wegen en steegjes is het een antipool van de typisch Parijse Haussman-boulevards.
Hier is Belleville op zijn meest alternatiefst, zoals in gevarieerde straten als Rue de la Mare, Rue des Cascades, Rue du Retrait en Rue des Couronnes. Een iconisch stukje is de hoek van Rue de la Mare en Rue Henri Chevreau. Helaas is de boekwinkel Jargon Libre daar definitief gesloten.

Iets verder naar beneden passeer je de culturele broedplaats en muziekpaleis La Bellevilloise. Loop je nog verder naar beneden, kom je bij het Square du Sergeant Aurélie Salel. Dat park is bovenop een spoorlijn gebouwd (zometeen meer). Aurélie Salel was een brandweervrouw die in 2015 op 25-jarige leeftijd omkwam, lees erover op de website van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het art déco-gebouw in het park was een spoorweggebouw en in het parkje zie je nog steeds de ventilatieschachten van de ringlijn die eronder door ging. Het gebouw is vervallen. Aan de kant van Rue de la Bidassoa bevindt zich nog een badhuis (gebouwd in de jaren dertig) dat ook gesloten is.
Dit stuk heeft veel filmische kwaliteiten (en dan bedoel ik het horrorgenre). En dan zie je een tent op een van de verlaten wc’s in het parkje: het bewijs geleverd. Maar de potentie voor een culturele hub is er. Nog even tien jaar wachten.
Loop je via de Rue Sorbier weer naar boven, dan kom je uit bij de mooie boekhandel Le Monte en l’Air. Het is ook een kleine uitgeverij en galerie. Een gezellige alternatieve plek – ze zijn vooral sterk in hun collectie alternatieve kunstboeken.

Loop je iets verder, dan kom je bij een oud treintraject dat nu een parkje is: La Ceinture de 20me. La Ceinture was een ringlijn in Parijs. Maar de metro maakte het overbodig. Jarenlang werd het verlaten spoortracé aan zijn lot overgelaten maar nu is het in ontwikkeling als een groene corridor. Vooral in het deel van het twintigste arrondissement (Ménilmontant en Charonne) is het nog vrij onontgonnen.
Je kunt omlaag naar het voormalige stationnetje. Aan het einde zie je een op zijn zachtst gezegd mysterieuze tunnel. Er is een hek en een waarschuwend bordje legt uit dat je vooral niet verder moet gaan. Toch is er een opening en daar kruipen ongetwijfeld wel eens daklozen doorheen. Er liggen verwelkte bloemen bij die opening: welk dramatisch verhaal gaat hierachter schuil?

Via smalle paadjes loop je naar het hoogst gelegen park van de stad: Parc de Belleville.
Bovenaan het park, bij het Belvédère de Belleville, vind je het uitzichtpunt (met sfeerverhogende graffiti) waar je foto’s van de Eiffeltoren in de verte maakt maar zonder de bulken toeristen. Vlak eronder vind je een amfitheater. (Over het Romeinse Parijs hebben we het een andere keer.)

Je kunt hier ontspannen bij Les Tontons Bringueurs, een verwijzing naar de komische misdaadfilm Les Tontons Flingueurs met Lino Ventura (bringueurs is slang voor op stap gaan, in plaats van ‘de gewapende oompjes’ van de film is het nu iets als ‘de slempende oompjes’). Het café heeft muren die bedekt zijn met citaten uit films van halverwege de vorige eeuw.
Naast deze traktatie werd ik ook verrast door foto’s in het Parc de Belleville van een van mijn favoriete schrijvers: Georges Perec. Terwijl je afdaalt, kom je informatieborden tegen over zijn jeugd in Rue Vilin. Hij probeerde de straat van zijn jeugd later in zijn schrijversloopbaan nog vast te leggen. Herinneringen (bijvoorbeeld W of de jeugdherinnering, Ik herinner mij en Lieux (Plaatsen) spelen vaak een grote rol in zijn werk. Lees meer over Perec en Rue Vilin in dit stuk van het literatuurtijdschrift Terras.
Een typische vorm van Perecs toeval is dat toen hij in 1982 overleed, het huis van zijn moeder – een kapsalon – als een van de laatste gebouwen van de straat werd neergehaald.


La rue Vilin disparaît.
Chaque fois que j’y reviens, un morceau manque.
(De Rue Vilin verdwijnt. Elke keer als ik er terugkom, mist er een stukje)
Keer via de levendige Rue Julien Lacroix terug naar de Rue de Belleville. Volg de route richting het centrum. Je vindt er veel Aziatische eettenten. Sla even af bij de streetartstraat Rue Denoyez. Je kunt het smalle straatje niet overslaan als je houdt van alternatief en streetart.
De Avenue Parmentier leidt vervolgens naar de drukke maar sfeervolle Rue Oberkampf, waar je nog meer winkels en restaurants vindt. De echte Edith Piaf-fan kan in het museum hier nog aan zijn of haar trekken komen. Hier vlakbij vond de aanslag op het Bataclan-theater plaats. Bloemen liggen op de stoep.

HIervandaan kun je verschillende kanten op. Loop je door, dan kom je in Le Marais terecht. Meer smalle straten en ook meer toeristen. Naar het zuiden heb je knooppunt Nation, waarvandaan je alle kanten uit kunt. Of je eindigt bij de Seine (of het Jardin de Luxembourg aan de andere kant van de oever) je alternatieve dag van Parijs.
Streetart in Belleville
Belleville staat bekend als het mecca van de streetart in Parijs. Ik hou van de vaak subtiele humor. Hieronder een impressie:

















