Nathanael West: de miskende Hollywood-satiricus

Indipendenza geeft om de maand aandacht aan bijzondere literatuur die in het Nederlandse taalgebied is uitgegeven. Deze keer: The Day of the Locust van Nathanael West (Uitgeverij De Arbeiderspers, 1976).

1440 woorden / 8 minuten leestijd / Thema’s: literatuur, satire, film, Hollywood, jaren dertig

Wie was Nathanael West?

Als je boek alsmaar niet goed wordt begrepen door het publiek van je eigen tijd is dat best lastig. Dat overkwam Nathanael West in zijn leven. Zijn The Day of the Locust (De Dag van de Sprinkhanen, de vertaling draagt de Engelstalige titel) werd pas bekend 35 jaar na zijn overlijden als – ironisch genoeg – Hollywoodproductie: een film van John Schlesinger. Het cynische verhaal paste veel beter bij het publiek van die tijd.

Even een stap terug: wie was Nathanael West? Hij was een Amerikaanse schrijver van Russische afkomst, geboren als Nathan Weinstein. Hij werd geboren in 1903 als de zoon van een projectontwikkelaar en had het financieel goed als (enig) kind. Tot de economische crisis van eind jaren twintig losbrak.

Hij besloot om schrijver te worden, geïnspireerd door de Russische romans. Hij reisde naar Parijs en verbleef er een paar maanden. Keerde terug naar New York, kreeg baantjes in hotels, eerst als nachtportier, daarna als manager. En ging daadwerkelijk romans schrijven.

Daarmee begon de volgende struggle voor een schrijver: gebrek aan erkenning. Zijn eerste roman verkocht maar 500 exemplaren. Het zat hem ook niet mee toen bij zijn tweede roman, Miss Lonelyhearts, een schets van het leven tijdens de Depressie in New York, de uitgeverij failliet ging. (En dan te weten dat er sinds zijn dood drie films, een toneelstuk en een opera van het boek werden gemaakt.)

Hij ging naar Los Angeles om te werken als scriptschrijver. Hij droeg onder andere dialogen bij aan de aardige film It Could Happen to You (komedie uit 1937) en Stranger on the Third Floor (film noir uit 1940). Het gaf hem stabiliteit. Helaas, door het negeren van een rood licht, overleed West al op 37-jarige leeftijd in 1940, en zijn vrouw Eileen McKenney bezweek eveneens aan de gevolgen.

Uit zijn ervaringen van het werken in de filmindustrie ontstond het boek The Day of the Locust in 1939, volgens de cover van de Arbeiderspers:

Hij was jarenlang een weinig succesvolle scenarioschrijver in de bizarre onderwereld die de glamour van Hollywood in de jaren dertig vormde.

Ook dit boek verkocht niet geweldig: slechts 1500 exemplaren.

Mensen in de jaren dertig waren niet helemaal klaar voor een verhaal met vrij grimmige levensgeschiedenissen. Ze stonden misschien zelf te dicht op dat leven. Entertainment was gewenst. Het was ook de tijd dat de screwballcomedy tot bloei kwam. Het is ook niet zo vreemd dat het pas een (film)hit werd in de jaren zeventig: hét decennium voor dit soort grimmige, satirische verhalen.

In 1964 schreef de schrijver Cees Buddingh verbaasd over het gebrek aan erkenning in Tirade (zie dbnl.org):

(…) veronachtzaamd is West in hoge mate: niet alleen vindt men zijn naam niet in Prof. A.G. van Kranendonks Geschiedenis van de Amerikaanse Literatuur (G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1946/47), maar ook in het nog slechts tien jaar geleden gepubliceerde The Literature of the United States (Penguin Books) van Marcus Cunliffe, wordt hij slechts even in de ‘Notes on Further Reading’ vermeld.

Waar gaat The Day of the Locust over?

In het boek komt Tod in de jaren dertig naar Hollywood om te werken. Hij is schilder en zoekt inspiratie voor een nieuw meesterwerk dat hij The Burning of Los Angeles noemt. Hij ontmoet andere personages, die in de marge van Hollywood proberen te overleven.

Zo raakt hij verliefd op de jonge wannabe-actrice Faye Greener, die een voorkeur heeft voor rijke, succesvolle mannen. Ze moeten vooral niet ‘slap’ zijn. Haar vader is Harry Greener: een verlopen musicalster. Verder ontmoet hij de hyperagressieve kleine man Abe Kusich; schrijver Claude Estee; en nep-cowboy Earle Shoop. En raakt hij bevriend met naar LA afgereisde ex-kantoorklerk Homer Simpson (wiens naam inderdaad de makers van The Simpsons inspireerde).

Het is een makkelijk leesbaar verhaal waar opvallend veel chaos in verborgen ligt. Zo zijn er hanengevechten, vuistgevechten en massa’s die op drift raken. Niet verrassend eindigt het met een ongelooflijke chaos, bijna een apocalyps, geschreven in een soort stream-of-conciousness-stijl die aan Céline doet denken (zijn Reis naar het einde van de nacht was in 1932 verschenen en kan West hebben geïnspireerd).

Het zijn allemaal schimpscheuten naar de jaren dertig in Hollywood, waar zich dit afspeelt, dat in Wests beleving een buitengewoon immorele toestand moet zijn geweest. Voordat mensen het al te serieus nemen: het is natuurlijk een satire, dus er zit veel zwarte humor bij. De geïnteresseerde hierover kan terecht bij een wetenschappelijk boek over Hollywood en de Grote Depressie.

Het valt dan ook op dat het boek het zonder karakters met een goed hart doet – niemand, zelfs Tod niet. Ze zijn allemaal vrij immoreel en ik zou zelfs zeggen dat ze niet helemaal sporen. Misbruik van elkaar maken, speelt een grote rol. Nathanael West schetst dit groepje met veel plezier volgens mij, hij doet in elk geval geen enkele poging om die slechtheid op een of andere manier uit te leggen.

Ook opmerkelijk, zoals een anonieme schrijver op Wikipedia ook opviel, is dat heel veel dingen in het boek ophouden voor ze daadwerkelijk een climax bereiken. Zoals een filmoperator die er net voor het einde mee ophoudt. Waar dat naar verwijst, mag de lezer zelf verzinnen.

Ik moest bij The Day of the Locust soms denken aan de moderne serie House of Lies: dezelfde agressie en grofheid. En toevallig speelt die zich ook af rondom een economische crisis (1987).

De crisis van 1929 vormde West, legt vertaler Cees Boos uit in het nawoord:

Zijn figuren leven in een angstaanjagende, volkomen irrationele wereld. De samenleving is een chaos: de chaos van het Amerika van ná de krach van 1929, die definitief een einde maakte aan de leef- en denkwereld van de negentiende eeuw en een gigantisch Wat nu? achterliet.

Een onbekende redacteur op Wikipedia legt goed uit wat het werk van West kenmerkt:

Sommige modernisten stellen zichzelf op tegenover massacultuur; West laat het zien en maakt het een onderdeel van de roman. Met het gebruik van groteske beelden en situaties doet de roman een beetje denken aan een Juvenaliaanse satire.

Zijn er voorbeelden van de stijl?

Aardig van de stijl van West is een gematigde vorm van humor. Het had misschien af en toe komischer gekund, waar iemand als Vladimir Vojnovitsj erg goed in was, die je een beetje kunt vergelijken met Wests werk. Humor maakt satire vaak nog wat sterker – maar hier is het allemaal nogal grimmig.

Wests stijl vond ik heel allround. Hij schrijft in een stijl die soms satirisch is, dan weer gewoon roman-achtig en dan dus bijna Céline-achtig. Het past allemaal binnen zijn verhaal. Met geestigheden zoals:

‘Ze is weg’
‘Ja weet ik. Drink je koffie.’
‘Ze is weg.’
Tod wist dat hij veel geloof hechtte aan spreekwoorden en daarom zei hij: ‘Opgeruimd staat netjes.’

Of als ze een vrouw ontmoeten dat haar kind (Adore) zoekt:

‘En trouwens,’ ging ze voort, ‘ik moet hier wel wonen vanwege Adore.’
‘Is hij dan ziek?’
‘O nee, vanwege zijn carrière. Zijn manager noemt hem de grootste kleine attractie van Hollywood.’
Ze sprak er met zoveel vuur over, dat Homer achteruit deinsde.

Hij heeft ook aandacht voor de beschrijvingen van het uiterlijk van karakters, wat in veel romans vervelend is om te lezen, maar niet in dit boek:

Hij was zeker een meter tachtig. De hakken van zijn laarzen maakten hem nog vijf centimeter langer en de grote Stetsonhoed deed er nog eens tien bovenop. Met zijn smalle schouders en heupen en platte billen leek hij op een lange plank. (…)
Tod begreep wel waarom Faye hem zo knap vond. Hij had het twee-dimensionale gezicht dat door een getalenteerd kind met passer en liniaal getekend had kunnen zijn. Zijn kin was als een cirkel zo rond, en ook zijn ogen, die ver van elkaar stonden. De hoeken van zijn mond liepen recht omhoog naar zijn neus, die loodrecht naar beneden wees. Hij had een roze-rood verweerd gezicht van voorhoofd tot hals, alsof een handige tekenaar het zo gedoezeld had, waardoor hij des te meer op een schoolse tekening leek.

Karakteriseringen gaan soms heel subtiel:

Terwijl ze praatte, besefte hij dat ze een zoveelste droom toevoegde aan het zeer dikke pak dat ze al had.

Beschrijvingen zijn een specialisme van West en heel geregeld heeft het iets agressiefs, wat de ‘stream of conciousness’-stijl soms in herinnering roept:

Ze deed de deur weer open en begon zijn kleren de gang op te smijten. Een jasje en een broek, een overhemd, sokken, schoenen en ondergoed. Zijn das en hoed volgden daarna snel achter elkaar door de lucht. Elk kledingstuk kreeg zijn eigen vloek mee.

In een video op YouTube gaan professoren in op het boek en geven ze aan dat ze vooral moeite hebben met de wat ongestructureerde manier van schrijven van West. Ik heb dat zelf niet zo ervaren, de variatie van stijlen vind ik eerder een verademing – een teken van vakmanschap. Het boek is wel af en toe vrij grof. Ook al past het bij zijn schets van een bandeloze tijd, je moet er wel een beetje rekening mee houden als lezer.

Ik geloof niet dat Wests kleine oeuvre in Nederland een tweede leven krijgt, hoewel zijn donkere en sombere aanpak ook heel goed bij deze tijd zou passen. Misschien iets om te ontdekken voor de uitgevers?

Meer weten/luisteren/kijken?