Indipendenza geeft om de maand aandacht aan bijzondere literatuur die in het Nederlandse taalgebied is uitgegeven. Deze keer: Toerkestan Solo van Ella Maillart (Uitgeverij Querido, 1934/2022).
??? woorden / ? minuten leestijd / Thema’s: literatuur, reizen, Kirgizië, jaren dertig
Wie was Ella Maillart?
Ella Maillart was een avontuurlijke Zwitserse. Klimmen over een berg, paardrijden, skiën met amateuristische ski’s, afzien in de kou, contact met nomaden: ze kon wel wat hebben. Ze was ook supersportief: ze was hockeyer, skiër en zeiler deed zelfs mee aan de zeilwedstrijd van de Olympische Spelen van 1924.
Haar doel was nu, in het jaar 1932, om de nomadische volkeren in de verre uithoeken van de Sovjet-Unie vast te leggen in een boek. Dat was nog zelden onafhankelijk gedaan. En niet vergeten: dit was de Sovjet-Unie onder leiding van Stalin.
Ze gaat van Moskou naar Froenze. Vandaar gaan ze met een groep (drie lokalen en een gids) te paard de bergen van Kirgizië in. Ze reizen van joert (tentenkamp) naar joert, rondom het meer Issyk-Kul. Uiteindelijk klimmen ze naar een hoogte van 4.000 meter. Ze leven zelf ook praktisch als nomaden.
Het tweede deel van het boek is wel een echte soloreis: ze begint in Alma-Ata, reist via Tasjkent door Oezbekistan en eindigt in Kazalinsk in Kazachstan.
Hier zou het niet bij blijven. Later in de jaren dertig reisde ze naar Mantsjoerije om te schrijven over de Japanse bezetting. In China reisde ze met verslaggever Peter Fleming dwars door China naar Chinees Toerkestan en schreef het boek Forbidden Journey.
In 1939 maakte ze met een andere schrijfster een autoreis van Genève naar Kaboel in Afghanistan. Na de Tweede Wereldoorlog woonde ze in India en Zwitserland.
Foto’s van deze reis zijn te zien in een museum maar je moet er wel voor naar Kirgizië. Ze heeft haar eigen vleugel in het Karakol Historical Museum. Er zijn ook foto’s van haar in het Musée de l’Élysée in Lausanne.
Als vrouw zonder man krijgt ze in het boek al reacties op:
Ze willen allemaal weten waar mijn man is.
‘In Froenze,’ zegt Mila vóór ik heb kunnen antwoorden, ‘daar wacht hij op ons. Hij was ziek en kon niet met ons meekomen.
‘Onthoud goed,’ zegt Mila tegen me in het Frans, ‘dat deze mannen absoluut niet begrijpen hoe een vrouw op reis kan gaan zonder haar man.’
Maillart overleed in 1997 op 94-jarige leeftijd.
Wie meer over haar wil weten, kan terecht bij deze documentaire over haar leven uit 2017, The Extraordinary Ella Maillart Journeys van Raphaël Blanc (hier gedeeld om educatieve doeleinden):
Waar gaat Toerkestan Solo over?
Maillart probeert in Moskou wanhopig een reis naar Kirgizië te regelen om het leven van de nomaden te zien met eigen ogen. Niet iedereen snapt dat:
‘Wat zoek je toch daarginds? Avontuur? Materiaal voor artikelen? Sporen van een pittoresk verleden? Sjamanisme? Maar je kunt hier echte ‘sjamanen met belletjes’ vinden, die aan de Universiteit van Moskou studeert. En waarom zes dagen in de trein zitten als je in de Astrakan Kalmoeken kunt vinden in een boeddhistisch klooster, waar ze vijfentwintig jaar zitten te studeren!
Maar het is sterker dan haarzelf; de drang naar avontuur. Het lijkt niet te lukken maar dan opeens is er een ‘window of opportunity’ als ze praat met een vrouwelijke arts:
‘Ik ben al drie weken bezig om te proberen weg te komen, naar Centraal-Azië, naar Pamir of de Tiensjan. Tevergeefs.’
‘Naar de Tiensjan? Maar vrienden van mij gaan morgen, geloof ik, naar de Kirgizische hoogvlakten.’
Mijn hart bonst. Zou die nou die ene kans zijn die ik tot elke prijs moet zien aan te grijpen?’
Telefoongesprek: ‘Ja, jullie gaan nog steeds? Ik heb hier een topalpinist bij me… nee, houd je mond, niet protesteren!… die heel graag met jullie mee zou willen. Ja, ik stuur haar.’
Ze reist niet alleen door naar het verre zuidoosten, waar de controle van de Communistische Partij een stuk minder strak is, maar ook te paard naar de nomadenstammen in de bergen, die helemaal hun eigen levens leiden. Het is geen makkelijke reis natuurlijk – op een moment vreest ze dat ze ‘drie verdiepingen’ gaat vallen van een berg, maar het gaat goed, geholpen door haar enorme fitheid.
Ze beschrijft de opgelegde de-islamisering van deze nomadenstammen (iedereen is immers een communist) en de achterflap legt het verder goed uit wat je kunt verwachten:
Ze maakt kennis met de Kirgiezen en Oezbeken, dwaalt door Samarkand en Tasjkent, beklimt bergen en kampeert in woestijnen. Als ze haar reisgenoten achterlaat en besluit alleen verder te reizen, krijgt ze als eerste onafhankelijke Europese waarnemer een beeld van de wijze waarop de islamitische opstanden door het Rode Leger zijn neergeslagen.
Toch speelt politiek geen hoofdrol – wat je misschien zou verwachten. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat ook wel verfrissend vind. Hier en daar kom je een passage tegen als deze – en dan besef je dat het voor deze mensen in dit decennium alleen maar moeilijker zou worden:
Ze vormen een groep die elke avond bij elkaar komt. Voor drie of zes jaar gedeporteerd, vooral omdat ze openlijke kritiek hebben op regeringsmaatregelen, waarvoor ze in geen geval verantwoordelijk wilden zijn.
Het is een reisboek in de pure zin van het woord: de reis staat voorop. Zoals met alle reisboeken kun je als lezer genieten van de flinters van het een of andere dat net zo toevallig op haar pad als op ons pad, van de lezer, komt.
Literatuur speelt ook een kleine bijrol in het verhaal. De naam Boris Pilnjak valt af en toe – een tijdgenoot die ze een paar keer heeft ontmoet. Hij zou de grote zuiveringen van de jaren dertig in de Sovjet-Unie niet overleven. Ze quotet ook Blaise Cendrars, ook een tijdgenoot.

Zijn er voorbeelden van de schrijfstijl?
De schrijfstijl van het boek is zuiver en prettig om te lezen. Het bevestigt me opnieuw dat mensen voor de uitvinding van de tekstverwerkers betere teksten schreven… omdat ze echt schreven.
Vooral in korte beschrijvingen is ze goed, ze wijdt nooit te veel uit. Dat zie je soms ziet in reisverhalen, dat de auteur details van ieder ontluikend bloemetje verwerkt, waardoor de tekst onleesbaar wordt.
Voorbeeld:
De kamer is wit elektrisch licht. Een bed, drie stoelen, een koffer, een tafel. Ik krijg thee, brood en kaas, met de woorden: ‘Geneer je niet, er is meer.’
Tegenover me een grote, brede man met een Russische blouse van ruw linnen, een regelmatig gezicht, hoog voorhoofd,, weelderig bruin haar, groter wenkbrauwbogen boven uitzonderlijk levendige, diepblauwe ogen, een open blik, een mooie kop.
Nog een:
Onze chauffeur rijdt eerlijk gezegd als een idioot: een modderkuil op tien meter afstand brengt hem in staat van hoogste opwinding en hij valt er plankgas op aan. Ik zit de hele tijd eenvoudigweg met mijn hoofd tussen mijn schouders en stop me vol met sappige appels, bij wijze van ballast.
Of deze levendige beschrijving van een Kirgizische markt:
Iedereen is koopman, alles is handel. Men komt, hurkt neer, stalt uit op de grond wat men bij zich heeft, oud ijzer, messen, schoenen, lappen stof, glazen, pannen. Een Kirgies zit achter zijn vilten tapijten, zijn kosjmoes, hij heeft een spiegel in zijn hand en is helemaal verdiept in het epileren van zijn snor. Naast hem probeert een jongen een naaimachine, om te zien of die het nog doet. Een specialist in lege flessen zit naast een verkoper van oude schoenen: een klant staat het leer van een laars alle kanten op te buigen. Een paar ski’s ligt tegen een samowar. Een Kirgizische edelman koopt een dolk; hij draagt een enorme gele Chinese bril.
Een hele passage waarin ze een kameel beschrijft:
De hanglippen zijn nog niet uitgerekt, het dier is nog jong: bij het herkauwen drukken ze een ferme minachting voor de omgeving uit. De neus is boven de amandelvormige gaten doorboord met een gevlochten koord, waarmee het dier vastzit aan een paaltje in de grond. Zijn houding van nobele verantwoording wordt ongetwijfeld teweeggebracht door dat neuskoord.
Of hoe je een vlo moet doden in een slaapzak:
En ik daag iedereen uit om zoiets kleins, ter grootte van een peperkorrel in het donker in tweeën te splitsen. Daar lig je dan: menseneter tussen je vingers en minutenlang overweeg je welke tactiek je moet volgen. Maar uiteindelijk zijn je tong en je tanden heel wat handiger dan je nagels en het karwei is geklaard.
Zo heel af en toe kwam ik zinnen tegen die je bij de meester van deze beknopte-natuur-beschrijvingen-stijl, Konstantin Paustovskij, ook had kunnen lezen:
Het is een mooie dag. De zonnebloemen heffen hun gele schrijven vol zwarte pitten omhoog. Tractoren trillen in de vriendelijke roggevelden.
Ze is geen robot en soms – als ze bijvoorbeeld over een gletsjer loopt – heeft ze toch last van angst:
Ik, die zo geobsedeerd wordt door de behoefte mezelf te bewijzen dat ik in de voetsporen kan treden van mijn helden van de Himalaya of de Noordpool, ik beef van angst bij de minst moeilijkheid en ik vraag me af: ‘Wat heb ik hier in hemelsnaam te zoeken?’
Mijn kritiek is dat de tekst soms wel heel feitelijk en beschrijvend is. Haar karakter is bijvoorbeeld niet zo aanwezig als je in een verhaal van Redmond ‘O Hanlon zou lezen. Ik miste soms zinnen die haar karakter of manier van denken weergaven. Als ze voor een keuze staat om zonder visum China binnen te gaan of omkeren, dan komt haar karakter bijvoorbeeld wel naar boven:
Wat zou ik er niet voor overhebben om verder te gaan, het onbekende tegemoet!
‘Avontuur is niet iets wat je kunt verzinnen, als in een roman. Je leert het niet kennen uit een boek. Het is altijd iets wat je moet beleven om het te leren kennen en je moet er in de eerste plaats tegen opgewassen zijn, zodat je het kunt beleven, en er geen angst voor hebt!’ zoals Blaise Cendrars schreef.
Complimenten voor deze verzorgde uitgave van Querido (2022) maar het is wel een enorm gemis dat er geen foto’s in staan. Het zal vermoedelijk met rechten te maken hebben, maar die hadden het verhaal en boek nog waardevoller gemaakt.
Tot slot deel ik nog een quote die ik op de website van DBNL vond die de visie van Ella Maillart op reizen goed weergeeft:
Uit ervaring weet ik dat de wereld over reizen alleen dient om de tijd te doden. Men keert net zo ontevreden terug als men vertrokken is. Je moet iets meer doen.
