Reis om de wereld door iemand die reizen haatte

Gontsjarov

Indipendenza geeft om de maand aandacht aan bijzondere literatuur die in het Nederlandse taalgebied is uitgegeven. Deze keer: ‘Reis om de Wereld’ van Ivan A. Gontsjarov (Arbeiderspers, 1987).

26 november 2017 / 956 woorden / 7,4 minuten leestijd / thema’s: geschiedenis, reizen en literatuur

Fregatschip Pallas
Reizen maken is niet alleen voorbehouden aan avonturiers. Hier is een man die eigenlijk voorbestemd was om nooit zijn landgoed te verlaten: Ivan A. Gontsjarov. En toch ging hij.

‘Door mijn leeftijd, mijn luiheid, mijn bangelijk, weifelmoedig karakter, en ten slotte door mijn weinig rooskleurige kijk op het leven waarvan ik weinig verwacht, deug ik hier beslist nergens voor. Soms schaam ik me zelfs; hoeveel energiekere mensen had men niet kunnen vinden die deze reis ten voordele en ten nutte van zichzelf en anderen hadden kunnen maken.’

‘Fregat Pallas’ had in 1852 als doel om de wereld rond te reizen en te eindigen in Japan, om daar handel mee te kunnen drijven. Gontsjarov solliciteerde om als secretaris mee te gaan en kreeg de baan. Wel een paar honderd keer tijdens de reis krijgt hij spijt: hij beseft dat hij geen persoon is aan ‘wie het reizen welbesteed is’.

‘Het fregatschip Pallas’ is het reisverhaal dat hij erover schreef en behoort wat mij betreft tot het beste wat reisverhalen te bieden hebben: eerlijkheid, avontuur, en neergepend door een geweldig schrijver.

Intussen is dat verhaal op zichzelf nog een keer vertaald en naar het schijnt erg goed. Uitgeverij Arbeiderspers heeft er destijds voor Privé-Domein # 135 diverse brieven aan toegevoegd en er een verhaal van gemaakt. De boeken zijn dus om verschillende redenen allebei aan te raden.

Melancholieke reiziger
Gontsjarov is een beetje zoals zijn wereldberoemde karakter Oblomov uit het gelijknamige boek: melancholisch, lusteloos, op zijn rust gesteld. Het fregatschip is daarom geregeld een nachtmerrie voor hem, hoewel ook elke keer zijn nieuwsgierigheid wint. Er is geen rust, het is aldoor dynamisch en hij moet nog werken ook.

Reizen is echt niet zo leuk als het klinkt. Gontsjarov laat talloze keren merken waarom het niet zo leuk is; een geruststelling voor andere mensen die graag thuis blijven. Welk reisboek heeft zoveel eerlijkheid van de reiziger zelf? De mode is toch om reizen geweldig te vinden.

Het is zijn passie die hem overeind houdt. Hij hoeft maar in Madeira aan land te gaan en hij wordt bijna weggeblazen door de schoonheid aldaar.

‘Ik kon mijn tranen haast niet bedwingen toen ik die lucht inademde, een lucht zoals mijn longen nog nooit hadden genoten. Vanzelfsprekend ging ik direct mee aan wal en naarmate de sloeg het land naderde werd de geur van gras en bloemen sterker.’

Gontsjarov

 

Gebraden haai in Japan
Later komt hij bij Japan aan, in een periode dat het nog heel erg gesloten is. Alleen Nederlanders hebben er een nederzetting (in Deshima, vlakbij Nagasaki). En wat weinig mensen weten is dat het Nederlands in die tijd zelfs een periode de taal van de wetenschap was. Als Gontsjarov in 1853 in Nagasaki aankomt, schrijft hij bijvoorbeeld:

‘Het onderhoud nam een aanvang via tolken, twee in getal, die daar lagen met hun voorhoofd op de vloer, en die de woorden van de gouverneur voor ons in het Hollands vertaalden.’

Gontsjarov beheerst zijn eigen schrijfstijl formidabel, er spreekt veel zelfvertrouwen uit in de teksten, en in de brieven is hij vaak aan het ‘freestylen’, met prachtige stukjes teksten tot gevolg, die het kader van hun tijd, rond 1850, helemaal ontstijgen, beter passen in het heden, als de e-mail en de whatsapp de kunst van de brief niet kapot hadden gemaakt. Nog sterker: vaak schrijft Gontsjarov in een stijl die helemaal niet raar zou passen bij onze tijd.

‘‘Wilt u geen gebraden haai proeven?’ vroegen de lui aan tafel.
‘Nee.
‘Haaievinnensoep dan?
‘Dat menen jullie niet,’ zei ik, ‘smaakt dat ergens naar?’
‘Voortreffelijk!’ antwoordden sommigen. Maar later hoorde ik dat dat juist degenen waren die dat ‘voortreffelijke’ gerecht niet hadden aangeraakt.’

Een ander goed voorbeeld is als hij spreekt over thee.

‘Bij ons is het gebruiken van thee een op zichzelf staande, onontbeerlijke behoefte; bij de Engelsen daarentegen een bijkomstigheid, een aanvulling op het ontbijt, haast als digestief; daarom maakt het ze ook niet uit of de thee eruitziet als porter of als schildpaddesoep; als hij maar dik en zwart is, de tong prikkelt en niet op andere thee lijkt. De Amerikanen drinken alleen groene thee, zonder bijmengsels. Wij verbazen ons over die barbaarse smaak, maar de Engelsen maken zich er vrolijk over dat wij, onder de naam thee, zo’n flauw drankje drinken. De Chinezen zelf drinken, zo heb ik gezien, een eenvoudige grove thee, dat wil zeggen de gewone Chinezen, het volk, maar in Peking drinken de nette mensen, naar vader Avvakoem me vertelde, alleen gele thee, zonder suiker uiteraard.’


Siberische gehuchten
Een van de meest vreemde dingen van het boek vind ik het slot, als de Russen en Engelsen in oorlog met elkaar raken en hij te paard heel Rusland door moet op weg naar zijn basis: Sint-Petersburg.

Alsof de trip met de boot nog niet erg genoeg was voor hem, moet hij nu lijden op een paard, en Siberische gehuchten waar helemaal niets te doen is. Hij vindt het verschrikkelijk, misschien nog wel erger dan de bootreis.

‘De Lena de Lena en nog eens de Lena. Nog steeds die verlaten Lena; op de weiden zijn hier en daar grote sneeuwhopen te zien, dat zijn hooioppers, hier en daar drie, vier hoven; er zijn hutten, letterlijk bedolven onder de sneeuw, met openingen, dat wil zeggen raampjes waarin ijs zit in plaats van glas; dat geeft niet, het is warm en buiten is er toch niets te zien.’

Hij houdt vol ook al is deze tocht bijna te veel voor zijn gestel.

Reizen is dus ook voor niet-avonturiers interessant. Je moet er soms op uit om je thuisbasis nog meer te waarderen, dat is wat je leert van Gontsjarovs reisverslag.


Arbeiderspers over het boek

Engelstalige Biografie van Gontsjarov, passage over de reis

Gontsjarov op Wikipedia